Journeys in Middle Earth

Aan al onze familieleden, vrienden, collega’s en kennissen,

Dit jaar geen kerstkaartjes van ons (nooit eigenlijk J) of eindejaar-smsjes, maar nu hebben we wel de kans om via de blog iedereen een gelukkig Nieuwjaar te wensen. Bij deze: ‘Happy New Year’ gelijk ze hier in NZ zeggen. Gek eigenlijk hé dat we het nieuwe jaar steeds starten met onze ‘beste wensen’ voor de ander, wat dat dan ook mag zijn; een mooi huis, een goede gezondheid, een nieuw lief, een zwangerschap, een toffe job, ‘veel liefde, vriendschap en geluk’, … Precies alsof we er dan de rest van het jaar vanaf zijn om de ander plezier te wensen of zo. Ik zou eigenlijk willen proberen om vaker (liefst iedere dag) iemand die belangrijk is voor me een goed gevoel te geven. Nu we zo ver zijn van iedereen die we kennen, heb ik precies de neiging om heel vaak te zeggen hoe belangrijk jullie allemaal voor mij zijn. Niet dat ik dat dan ook echt doe, maar ik denk er wel vaak aan. Hoe dankbaar ik ben met zoveel mensen om me heen die ik graag zie, of het nu iedere dag is, wekelijks of maandelijks. Ik voel me omringd, zelf ook al zit ik aan de andere kant van de wereld. En dat maakt me erg blij; dus dat wens ik dan maar voor mezelf op deze eerste dag van het nieuwe jaar: omringd blijven door mijn vrienden, familie, collega’s en kennissen en genieten van elkaars aanwezigheid, ver of dichtbij!

Zo, tot zover het sentimentele stuk… nu over tot de orde van de dag (de reden waarom jullie onze blog lezen); de rest van de reis door Nieuw Zeeland. We waren gebleven aan de West coast (aka ‘wet’ coast) waar we de Fox gletsjer bezocht hebben. De dag erna is het nog steeds ‘vies’ weer en wachten we eerst wat op de camping tot de ergste regen voorbij is. Daarna vertrekken we toch maar om de andere gletsjer ook te gaan bekijken: Franz Josef. Het klaart wat verder op en wandelen tot aan de voet van de gletsjer (het is te zeggen, we moeten op een afstand van 500m blijven). Toch blijft het een grote ijsmassa om te bewonderen. Hoewel de gletsjer in vergelijking met 100 jaar geleden serieus gekrompen is. Het brengt me terug in de tijd; ik moet dan altijd denken aan de ijstijden en hoe de wereld er toen moet uitgezien hebben,… We doen er nog wat kleine wandelingen in de buurt en keren dan terug naar de camping voor een pizzafeestje. We blijven er echter niet meer slapen en rijden na de pizza verder naar een gratis plek. Daar komen we toevallig aan met een ander koppel die ons vragen of we de volgende dag geen zin hebben in een helikopter vlucht over de Nieuw Zeelandse Alpen. Met 4 krijgen we korting volgens hen, maar dan blijft het jammer genoeg nog een kostelijke grap. Dus we besluiten maar om te passen. In de hoop op toch een mooi zicht op de bergen doen we de volgende dag een wandeling naar een uitkijkpunt. Wel mooi, maar de sneeuwtoppen blijven toch verstopt achter de wolken. We rijden verder noordelijk langs de westkust en komen in de namiddag aan in Hokitika waar we wat rondwandelen en ’s avonds een pasta’ke koken aan sunset point. De dag erna verlaten we de westkust en rijden via de bergen richting het oosten terug. Door de bergen zijn werkelijk de mooiste ritten met regelmatig een uitkijkpunt om te stoppen. Aan de andere kant zijn het zeker niet de gemakkelijkste wegen om te rijden; veel bochten en afwisselend bergop en –af. Onze van is niet van de snelste bergop en bijkomend willen we ook genieten van de uitzichten, dus regelmatig gaat Bart aan de kant om een auto te laten passeren. Gelukkig maar dat de wegen niet druk bevolkt zijn!

In de bergen passeren we een dorpje Arthurs Pass waar we die dag een wandeling doen naar Temple Bassin, een skistation in de winter. Ik heb me door een brochure laten wijsmaken dat het 500m klimmen is over een afstand van 1.5 km… vrij stijl omhoog dus via haarspeldbochten. Echt iets voor mij. Vraag me niet hoe ik er telkens in slaag om toch boven te geraken; geen idee, want na de eerste 100m of zo ben ik werkelijk al bekaf. Misschien is het de beloning wel om boven op de top te kunnen genieten van het uitzicht dat me naar boven drijft? Hoewel het zomer is, ligt er nog wat sneeuw op de toppen van de hoogste bergen; mooi!  Na de wandeling horen we in het dorp dat de volgende dag regen voorspeld wordt en dat we best ‘het maximum halen’ uit deze dag. Allé dan, nog een kleine wandeling dan maar naar de plaatselijk beroemde waterval Devils Punchbowl. ‘Slecht’ een 320-tal trappen…. Tja, we zitten in de bergen hé. Ook hier koken we weer iedere avond zelf ons eten, maar gek genoeg lijkt het een minder grote opgave om na een dag wandelen te koken, dan wanneer je moet koken na een dag werken thuis.

Volgens het informatiecentrum kunnen we de volgende dag een wandeling doen over een bergkam meer in het oosten, daar zou er minder kan zijn op regen. Na lang twijfelen of we weer gaan klimmen met kans op regen, besluiten we het  toch maar te doen. Weer op de top: mooie uitzichten in het rond, hoewel de regenwolken in de verte de bergen voor een stuk verstoppen. Als jullie dachten dat we in België wisselvallig weer kenden, moet je echt eens tot in NZ komen! De ene dag brandt de zon erop los, de volgende dag regent het pijpenstelen en de dag erna is het een mooie, frisse lentedag, waarna het bewolkt wordt en begint te miezeren. Meestal hebben we op 1 plek een goede én een slechte dag. Soms 2 dagen zon, soms 2 dagen regen; maar meestal wisselt het elkaar af.

Na de wandeling rijden we verder naar de oostkust, waarbij we onderweg nog stoppen in Caste Hill, een heel mooi gebied bezaaid met grote rotsblokken waar ook scènes uit de film Narnia zijn opgenomen. ’s Avonds slapen we op een camping aan het strand. Jammer genoeg weer zonder douches – vierde dag op rij… Moeten we toch maar eens iets aan doen…

De dag erop besluiten we door de regen om een dag te gaan schuilen in een plek met thermal pools; warmwaterbronnen. De stad Hanmer Springs staat bekend om het resort met warmwaterbaden tot 42°. We doen de hele dag niets anders dan van bad naar bad verhuizen. Soms komt de zon een beetje piepen, soms regent het pijpenstelen. Toch wel beetje speciaal zo; buiten tussen de bergen zitten in een heet bubbelbad terwijl de koude regen over je gezicht drupt. Het frisse weer is deze keer welkom; lijkt ons niet echt fijn om met 30° in hete baden te weken. En bovendien krijgen mijn spieren wat rust (Bart heeft dat niet nodig) én kunnen we hier douchen. ’s Avonds gaan we nog thais eten in het stadje en rijden terug naar de oostkust, naar Kaikoura. Kaikoura staat bekend om de walvissen, dolfijnen, zeehonden en albatrossen die de zee rond het schiereiland permanent  bevolken. Hier wordt gretig van gebruik gemaakt om de hordes toeristen rond te varen en te vliegen om de diertjes te kunnen bewonderen. Niet alles tegelijk hoor; ben je gek… Nee, je moet kiezen (aiai, niet mijn sterke punt) tussen zwemmen met dolfijnen of zeehonden, een boottocht naar albatrossen óf naar walvissen of een vlucht over de zee om walvissen te spotten. Gelukkig deze keer voor mij een makkie keuze; welk klein meisje wou vroeger niet eens met dolfijnen zwemmen?! Ik alleszins wel, dus nu de gelegenheid zich voordoet… De groep dolfijnen die aan Kaikoura verblijft, zijn dusky dolfijnen (anders dan de hector dolfijnen waarmee we gekayakt hebben). Deze soort is bekend om hun speels karakter. Je ziet ze voortdurend uit het water springen en tuimelen. Toen ik de vorige avond belde, bleek de tour echter de komende dagen al vol te zitten, dus werd ik op de wachtlijst gezet. De volgende dag gaan we toch even langs ’s morgens, moest er toevallig een plekje zijn vrijgekomen. Gelukkig blijkt er ’s middags wel wat vrij te komen en is het ook nog eens een mooie dag! Als we ’s middags terug arriveren, worden we wel gewaarschuwd voor ruwere zee owv wind en besluit ik maar om een Touristilleke in te nemen. Voor Bart hoeft het zwemmen niet meteen (is ook wel prijzig) en hij gaat mee op de boot en kan dan foto’s nemen. Wij worden eerst in een wetsuit gehesen (compleet mét hoofdstuk en éxtra jas tegen het koude water) en krijgen een video te zien over wat komen gaan. Ze leggen er echt de nadruk op dat het wilde dolfijnen zijn (no touching) en dat wij er zijn om hén te entertainen en niet andersom (de dolfijnen doen wat zij willen, het is een voordeel als ze interesse in jou hebben). Om de boel wat te helpen, geven ze nog de tip mee om onder water veel geluid te maken om de interesse van de dolfijnen te wekken. En als de dolfijn langs je zwemt, kan je rond je eigen as draaien en dan volgt de dolfijn meestal. Na de video worden we met de bus naar een boot gebracht en is het ongeveer 30 minuten varen voor we het gebied bereiken waar de dolfijnen zich bevinden. Niet te geloven als we er eenmaal zien; honderden dolfijnen springen overal om ons heen uit het water en halen gekke toeren uit. A little girls dream! Ze volgen de boot natuurlijk en iedereen moet zich klaarmaken (muts, masker, vinnen aan) en achteraan op de boot gaan zitten met de flippers in het water. Zodra de boot stopt, hoor je een toeter en mag je in het water glijden. TE GEK gewoon! Je laat je midden in een grote groep dolfijnen zakken. Iedereen begint gelijk een bezetene te zingen, roepen, neuriën, klikken,… zoveel mogelijk geluid om de dolfijnen hun aandacht te houden. Hilarisch om te horen vanaf de boot volgens Bart. Het water is ijskoud als het je wetsuit in loopt en vrij donker en heel diep en dan lig je daar te zingen (ik zong Happy Birthday: leek goed te werken) en dan schieten de dolfijnen zomaar langs je voorbij, heel dichtbij. Magisch… Soms zie je ook gewoon niets en dan ineens is er weer eentje. Een paar keer lukt het mij ook om rond te draaien en inderdaad, de dolfijn blijft ook rond mij draaien: zo cool! Als de dolfijnen weg zijn, klimt iedereen weer de boot in en vaart die een stuk verder tot er weer dolfijnen achter gaan zwemmen en je weer in het water mag. In totaal mogen we 6 keer in het water, maar tegen de derde keer begin ik toch serieus last te krijgen van zeeziekte. De wetsuits laten je gemakkelijk drijven en de golven zijn best sterk, dus je gaat echt op en neer. Het zwemmen en zingen tegelijk is uitputtend, dus laat ik het zingen maar. Ook het rondjes draaien laat ik zijn, het maakt me meer duizelig. Maar ik geef niet op! Terwijl sommigen al over de emmer hangen en anderen op de boot blijven, spring ik iedere keer weer terug het koude water in. De laatste keer zijn we maar met 5 meer: alle dolfijnen voor ons alleen en niemands vinnen in je rug: zalig! Als iedereen na de laatste keer terug op de boot zit, blijft de boot daar nog even rondvaren om iedereen de kans te geven de dolfijnen hun kunstjes te bewonderen (je ziet ze niet springen met je hoofd onder water natuurlijk). Ook albatrossen zijn ondertussen opgedoken; mooi meegenomen want die hadden we nog niet gezien. Daarna varen we terug naar de kust en kunnen we douchen – ook mooi meegenomen :-). Wat een super dag!!

De voorspelde regen valt de volgende morgen met bakken uit de lucht. Blijkbaar heeft het niet veel zin om ergens anders heen te gaan, want het is overal slecht weer. Dus hangen we wat rond in Kaikoura en gaan we om 16u naar de Hobbit 2 kijken in de kleine, charmante plaatselijke cinema. Het grootste nadeel van reizen met een campervan en slapen op basic DOC campings is het feit dat je een beetje vast zit als het regent. Je hebt alleen maar je auto om in te schuilen, tenzij je de hele dag op café hangt.

Gelukkig is het de volgende dag weer mooi zonnig en kunnen we de wandeling doen rond het schiereiland van Kaikoura. We passeren een zeehondenkolonie, waarbij die bijna op het voetpad liggen. Ik dacht altijd dat zeehonden lieve, kleine knuffeldieren waren (remember seabert?), maar deze exemplaren zijn toch serieuze beesten hoor! Een korte zoektocht op Wiki heeft me ondertussen geleerd dat het eigenlijk zeeberen zijn (familie oorrobben voor de volledigheid). Voila, dat weten we ook al weer. In het Engels noemen ze ‘fur seals’. Samen met de walvissen werden ze door de Engelsen vroeger opgejaagd langs de kusten van NZ. Voor de Maori waren ze een grote bron van voedsel, aangezien er geen ander eten te vinden was (behalve dan de Moa, die ze dreven tot uitsterving). NZ heeft dus een hele geschiedenis van walvisvaarders en zeeberenjagers. Toen de Engelsen zich er wilden settelen, sloten ze min of meer een verdrag met de oorspronkelijke bevolking. Er was alleszins minder strijd dan in Australië met de Aboriginals, en de Maori zijn beter geïntegreerd in NZ. De Engelsen besloten toen om het ruige NZ een beetje ‘zoals thuis’ te maken en introduceerden alle zoogdieren die het eiland nu rijk zijn voor de jacht en voor voeding (muizen, ratten, konijnen, possums, paarden, herten, geiten, tharns, schapen, koeien, …). En bovenop kapten ze de bossen en maakten plaats voor allerlei vreemde planten uit Europa. Het huidige NZ vecht heel hard tegen de geïntroduceerde dieren en planten die de oorspronkelijke natuur (planten en vogels) voor grote delen heeft verwoest, omdat ze in NZ geen vijanden hadden en het een beetje uit de hand is gelopen. Overal staan possumkooien en wordt er gif gestrooid tegen ratten en konijnen (nog nooit zoveel konijnen zien huppelen).

We wandelen verder langs de kusten, heel mooi. In de namiddag gaan we verder naar het noorden, waarbij we onderweg stoppen aan een andere zeehondenkolonie, ééntje met puppy’s deze keer. Heel schattig; je hoort ze op elkaar roepen en ziet ze over de stenen kruipen. Hier zou ik een hele dag kunnen blijven staan! De rest van de dag zitten we in de auto onderweg naar het noorden van het zuideiland: het Abel Tasman Nationaal Park: een mooie plek om te wandelen en om uit het vliegtuig te springen :-) We overnachten weer op een camping aan het strand – dit zou ik heel mijn leven kunnen blijven doen! I love the sea! Hier proberen we ook eens een vuurtje aan te steken op het strand – maar blijkbaar had ik beter moeten opletten toen we vroeger op kamp een vuur maakten. We slagen er met ons twee niet in om de vlam hoger dan 2 cm te krijgen :-)

Omdat ze regen voorspellen op de dag dat we onze duosprong willen doen, besluiten we de volgende morgen te kijken of we vroeger kunnen springen. We hebben geluk, we mogen meteen komen! Ineens slaan bij mij toch de zenuwen toe… daar had ik me nog niet op voorbereid (hoe doe je dat trouwens; voorbereiden op 5000 m vallen?). We stoppen aan de kleine luchthaven en krijgen eerst een video te zien over hoe het eraan toe zal gaan. We mogen (moeten) ook een papier tekenen waarbij we het risico erkennen en waarbij vermeld staan dat de NZ regering vaak geen financiële tegemoetkoming voorziet bij hospitalisatie van buitenlanders. Allé dan, goed dat we een eigen verzekering hebben, hoewel ik niet zeker ben of dit risico vergoed wordt. Terwijl we op onze beurt wachten, komt het vorige vliegtuig vol terug. De piloot vindt de situatie daarboven niet veilig om te springen; iets van ijswolken of zo. Je ziet thans enkel een lichte sluier hangen… maar springen zal vandaag niet doorgaan. We boeken de sprong dan maar voor de volgende dag – uitstel van executie – en boeken bij het visitorcentre een overnachting op een boot voor de volgende dag. Om de dag (goedkoop) door te komen, gaan we – nog maar eens een keer – wandelen. Bestemming: Harwoord Hole, een gat in de grond van 350 m diep. De wandeling leidt door bossen waar scènes van LOTR werden opgenomen en naar een mooi uitzichtpunt. We slapen op een kleine camping met keuken en maken van de gelegenheid gebruik om eens een lasagne te maken – nog steeds pasta, maar toch heel anders hé.

De volgende dag moeten we om 8u bij de skydive zijn (nadat ik om 7u geskypt had met mijn oma die 80 werd) en zijn we samen met een ander koppel en hun 2 cameramannen de eersten die mogen springen. De herinnering aan de bungeesprong 2 jaar geleden zorgt nu opnieuw toch voor wat zenuwen. We kruipen met onze buddy’s (de mannen die ons veilig op de grond moeten krijgen) met zijn allen in een piepklein vliegtuig. Sardientjes zijn er niets tegen… Dan begint het vliegtuigje langzaam omhoog te cirkelen. Onderweg probeer ik mijn aandacht bij het uizicht te houden en niet bij wat er zo dadelijk te gebeuren staat. Op 13.000 feet krijgen we een zuurstofmasker op. En dan is het zover… de piloot geeft het teken; good to go! De deur van het vliegtuig schuift open en meteen is het halve vliegtuig tot een gapend gat geworden… OMG! Bart moet als tweede springen, ik als laatste. Ik probeer me gewoon zo goed mogelijk rustig te houden, terwijl iedereen uit het vliegtuig valt.  Dan is het mijn beurt… Terwijl ik naar de rand schuif, heb ik toch kort een moment van; waarom ben ik hier nu weer aan begonnen! Maar terugkrabbelen doe ik nu ook niet meer, daar heb ik dat weer een te grote mond voor. Gelukkig dat ik vasthang aan mijn buddy en zowat meegesleurd wordt. Het gaat heel snel… Op de rand gaan zitten, voeten bengelen al in de diepte en ik hang meer dan ik zit, hoofd naar achter en weg zijn we! Goed dat ik niet zelf moest beslissen om te springen, want dan had ik daar toch serieus staan twijfelen. In een eerste reflex knijp ik bijna mijn ogen dicht, maar doe het gelukkig toch niet en zie de wereld in razend tempo op mij afkomen. Je valt gedurende een 70 sec aan 200 km/u: Man, wat is dat fris in het gezicht (om niet te zeggen snijdend koud)! Ik probeer zoveel mogelijk rond te kijken en te ervaren hoe het voelt. Eigenlijk voelt het niet echt als vallen, je krijgt een soort tegendruk van lucht. Dan gaat de parachute open en is het helemaal relaxt rondkijken en bengelen. Voor we het weten staan we weer op de grond en is het al gedaan. Voila, die kan ook alweer van mijn To do – lijstje afgekruist worden :-)

Ook de rest van de dag hebben we nog leuke dingen gepland; het kan niet op! We gaan 2 dagen wandelen in het Abel Tasman Nationaal Park. De wandeling daar is één van de negen ‘great walks’, meerdaagse wandeling die het mooiste van NZ laten zien. In totaal is de wandeling 3 à 5 dagen, maar wij doen maar een stukje om er toch iets van te proeven. Voor de hele wandeling zou je met de rugzak met eten en gerief moeten sleuren en daar heb ik geen zin in en de conditie niet voor :-) We laten ons met de watertaxi ergens midden in de wandeling afzetten en wandelen ongeveer nog 5u naar onze rustplaats. Omdat we ook geen kampeermateriaal bijhebben, hebben we voor een makkelijke en leuke optie gekeuzen: een backpackersboot. Nu ja, makkelijk… ik vond het toch een drukke dag en was toch serieus blij toen de wandeling voorbij was! Ze halen ons met een rubberbootje op het strand op en varen naar de boot in de baai. Daar krijgen we een slaapzaal aangewezen en een beetje later wordt er een BBQ geserveerd. Jippie, een keer niet zelf koken. We zitten met Nederlanders, Duitsers en een Belg op de boot en ’s avonds is het gezellig kletsen over ieders reis. Ik had nog nooit op een boot geslapen (Bart wel al op een cruiseschip) en eigenlijk viel het ‘wiegen’ van de boot nog goed mee. Ik heb wel altijd de volgende dag nog wat last van een vreemd op-en-neer-gevoel :-)

De volgende morgen doen we rustig en ontbijten we op de boot. Daarna worden we weer op het strand afgezet en besluiten Stef (de Belg) en nog een Duitse man met ons mee te wandelen. We doen eerst een kleine lus van 1u en wandelen dan de resterende 4u terug naar onze camper. Het AT park is eigenlijk vooral een afwisseling van bos en baaien met mooie zandstranden, waar we onderweg ook even op uitrusten. Het is niet echt een zware wandeling, maar gaat soms toch wel wat bergop. Op een bepaald moment loop ik voorop met de 3 mannen erachter, in toch blijkbaar een snel tempo want ik kan mezelf bijna niet bijhouden; en Bart en Stef ook niet :-) Blijkbaar wil ik toch niet onderdoen en heb ik nog iets te bewijzen… Want de wandelingen hier zijn nog niets in vergelijking met eentje die we in het noorden willen doen (maar daarover later meer).

Omdat ze de komende dagen regen voorspellen, weten we niet goed wat te doen. De volgende dag besluiten we ons plan te wijzigen en al richting de ferry te rijden in de hoop op goed weer daar. Onderweg stoppen we aan een plek waar je zelf je bosbessen kan plukken. Je krijgt een bakje mee en betaalt naargelang je plukt. Niet normaal hoe vol de struiken hingen met donkerrode, dikke bosbessen. Ik denk dat we de eerste minuten geen bes in ons bakje gelegd hebben! Zalig! Daarna rijden we via Nelson en besluiten de stad wat gaan te verkennen. Na een lunch en souvenieraankopen, gaan we eten kopen om ’s avonds te koken (kerstavond). We rijden verder en passeren de rivier waar een belangrijke scène uit de Hobbit 2 is opgenomen (die met de vaten voor degenen die de film ook al zagen). Eindpunt van de dag is de Queen Charlotte sound, waar we rond 19u30 aankomen. Het regent ondertussen goed en van de mooie scenerie onderweg hebben we niet veel gezien. We besluiten dan maar op een camping mét keuken te gaan staan, waar gelukkig nog plaats is zo last minute. De kerstmuziek speelt buiten en er zitten wat mensen samen te eten. Wij beginnen ook aan ons maal en praten wat met een ander koppel. We hebben allemaal niet echt het besef dat het kerstavond is. Eigenlijk is dat ook een familietraditie en zonder familie is er echt niet veel aan! Het voordeel dan weer van geen kerst is; geen koude winter die je er op voorbereidt, geen stress over de vele cadeaus die je voor iedereen moet kopen (hoe blijf je jaar na jaar origineel??), geen onnodige uitgaven voor nieuwe kleren of de kapper. Maar om eerlijk te zijn, heb ik de vele feestjes toch wel een beetje gemist!

Kerstdag staan we op onder een schitterende zon. We wilden eerst gaan wandelen, maar gooien het plan om naar kajakken als we horen dat de mensen de vorige dag een orka in de fjord zagen. Wij gaan ook op orka-jacht! We huren een 2 persoonskajak bij de camping (die in een mooie baai ligt trouwens) en verkennen de baaitjes en roeien tot in de ‘sound’. Daar blijven we een tijd ronddobberen, genieten van de zon, maar jammer geen orka te bespeuren. We douchen en koken nog op de camping en vertrekken dan nog naar een andere baai en andere camping (die vriendelijker is voor de portefeuille).

Onze laatste dag op het zuideiland worden we wakker door regen (ik zei toch al dat het wisselvallig is hé) en daardoor hebben we niet veel zin in een wandeling. We rijden dan al maar naar Picton, de stad waar de ferry vertrekt, maar jammer genoeg is daar niet veel te zien (en zeker niet op Boxing Day). Wat volgt is een lange dag van ‘niks-doen’, iets waar we alle twee niet zo goed in zijn. Om 20u gaan we toch maar even slapen en om 1u ’s nachts staan we aan te schuiven voor de ferry. Ik dacht dat we de rest van de nacht nog in de camper konden slapen op de boot, maar dat mag niet. Dus proberen we maar in een zetelke de rest van de nacht te rusten, want de komende dagen worden nog druk. We hebben immers maar 3 dagen om iets van het noordeiland te zien en zijn van plan die ten volle te benutten!

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer