Korte tussenstop in Nicaragua

Ik merk dat ik serieus achterop geraak met het schrijven… ondertussen hebben we al Costa Rica gehad en zitten we al 2 weken in Buenos Aires. Precies alsof ik geen tijd genoeg heb hé ;-)
Maar eerst hebben jullie nog het verhaal van in Nicaragua te goed:

We hebben nog ongeveer een week tijd om wat van Nicaragua te zien vooraleer we in Costa Rica een weerzien hebben met mijn ouders.

Na de lange busrit vanuit El Salvador, komen we ’s avonds laat aan in Léon. We zoeken nog iets om te eten en belanden uiteindelijk in de Belgisch gerunde ViaVia, waar we een spaghetti bestellen én Belgische frietjes! De volgende dag hebben we tijd om de stad te verkennen. We beginnen met de mooie kathedraal en klimmen tot op het dak, waar we een mooi uitzicht over Léon hebben. Daarna keren we even terug naar de hostel om te skypen met mijn opa die plots op intensieve zorgen beland is. Toch wel even schrikken, maar gelukkig heeft hij het hart van een jonge vent en is hij snel wat beter. Dan merk je pas écht hoe ver je van huis weg bent. De hele familie staat paraat voor mekaar, maar wij horen er even niet bij. Als je besluit zo een lange reis te maken, is er natuurlijk altijd de angst dat er wat kan gebeuren met familie of vrienden. Andere niet-leuke-gevolg van lang reizen is dat we ook veel leuke dingen missen; verjaardagen (veel nieuwe voordeuren!), vrijgezellen en trouwfeesten, communie, zwangerschappen en geboortes en natuurlijk gewoon het samenzijn met vrienden en familie. Maar ja, eigenlijk mogen we niet klagen, maar soms is het gewoon wel jammer!

Daarna zetten we onze tocht in de stad verder. Hoewel we graag proeven van de lokale keuken, merken we ook dat we regelmatig toch op zoek gaan naar eten van thuis. Voor lunch kiezen we een Franse bakker waar we een smos met kaas eten en zelfs een dessertje (nooit gedacht hier tompoes en chocomoussetaart te vinden!) achteraf. Daarna besluiten we weer wat kennis te gaan opdoen over de plaatselijke geschiedenis – en ja hoor – hier ook weer over de recente burgeroorlog. We brengen een bezoek aan het ‘museum’ van de revolutie. We zijn er al aan gewend dat de musea in Centaal Amerika niet echt van dezelfde standaard zijn als bij ons, maar dit museum slaat echt alles :-) In één zaal zijn wat vitrines gezet met oude (kopies van) foto’s en krantenartikelen. Tegen de muren hangen ook oude foto’s, sommige gewoon op karton geplakt met de data in pen eronder gekribbeld. Gelukkig krijgen we een gids mee, een veteraan die zelfs op een aantal foto’s staat en nog steeds vol vuur vertelt over de oorlog en over wat hij heeft meegemaakt. Alles in het Spaans, dus we hebben zelfs niet alles begrepen en toch waren we alle twee weer erg onder de indruk van het gewelddadige verleden van Centraal Amerika. Dé held hier in dit verhaal is Sandino die de eerste revolutie tegen (alweer) de rijken en Amerikanen startte. Waar we ook verbaasd van waren, is het aantal vrouwen dat meestreed met de revolutionairen. En wat ons aangreep was het feit dat het leger gewoon alle jongens vanaf 15 jaar systematisch oppakte om te ondervragen en (vaak) te folteren.

Een beetje wijzer en met een beetje meer dankbaarheid dat wij in het rustige België wonen en met véél respect voor de bevolking hier, zetten we onze verkenningstocht verder. We zakken af naar het Museum voor legendes en tradities en staan weer verbaasd over dit ‘rommeltje’ – bij ons de naam museum niet waardig. Maar o zo grappig! Het museum ligt in een oude gevangenis en op de muren zijn scènes geschilderd over de folteringen van de bevolking die hier vroeger plaats vonden (dit stuk is natuurlijk niet grappig). Maar op zich heeft dat niets te maken met het museum, dat vol staat met papier-maché dieren en poppen met carnavalskleren aan. Het is zo vreemd dat het lachwekkend wordt. Ook hier krijgen we gelukkig weer een rondleiding die enige verheldering brengt. Iedere pop staat voor een folklore verhaal, een plaatselijke legende. Als de gids nu ook nog fatsoenlijk Engels had gesproken, hadden we er nog meer van begrepen.

Na al dat werk voor onze hersenen, is het tijd voor ontspanning met een cocktailtje en daarna zoeken we weer een plaatselijk restaurantje op.

Voor de volgende dag hebben we nogmaals een tochtje naar een vulkaan geregeld. Sinds we net de uitbarsting in Guatemala gemist hebben, zijn we op zoek naar LAVA! Van een andere toerist hoorden we dat dichtbij Léon een vulkaan is waar je ’s nachts lava kunt zien. Je kan zelfs een 2-daagse wandeling doen en ’s nachts langs de krater slapen. Maar we zien het niet echt zitten om in deze hitte (oh ja, vergeten – het is hier ongeveer 35°) 2 dagen met een zware rugzak te stappen – dus we kiezen voor de luiere variant van een halve dag. Dit betekent dat we met een 4WD tot aan de voet van de vulkaan rijden en slechts 2 uur moeten klimmen tot aan de top (vind ik ook al voldoende). Wanneer ze ons ’s middags oppikken (we zijn met 8) begint de hemel al te betrekken en lijkt het zelfs dat het gaat regenen. Volgens de gids is dit vreemd weer, want het is droog seizoen en wolken horen er dan niet te zijn. In de heenweg (een bumpy ride in the back of a pick-up) beginnen we wat bezorgd te geraken dat we in de regen moeten klimmen en dat we de zonsondergang gaan missen. Maar we grappen nog dat we tenminste nog de lava zullen zien – dat kan niemand ons nog afpakken! Gelukkig klaart het wat op tegen de tijd dat we aan de klim beginnen (beetje bewolking zorgt zelfs voor wat frissere temperatuur). De klim is best zwaar, maar we rusten vaak en uiteindelijk staan we aan de kraterrand (een omheininkje hoeft hier niet hoor)… en het is bewolkt ín de krater!! Geen lava te zien – niks behalve stoom. Ah ja, door de regen stoomt het in de krater… Verd****, dat kunnen ze nu toch niet menen! Het geluid daarentegen kan zelfs de regen niet wegwassen en is oorverdovend en indrukwekkend. Uit de krater stijgt een gebrul – net opstijgende vliegtuigen – omhoog dat ons verbaasd doet staan. Het waait ook straf (Bart pakt me regelmatig bij de kraag, bang dat ik erin geblazen zal worden) en het is best een sjieke plek om te zijn. We lopen om de krater heen naar de andere kant van de vulkaan om daar ons dinertje op te eten onder de ondergaande zon. Nice! Wanneer de zon onder is, keren we in het laatste licht van de dag terug naar de kraterrand. We moeten ons zelfs haasten, want het begint opnieuw te druppen en we willen nog meer stoom vermijden. Ik denk dat ik nog nooit zo snel omhoog geklommen ben :-) want ik wil lava zien! Als we boven zijn, is het ondertussen donker geworden en yes! er is iéts te zien. In de diepte (120m) zien we kleine plekjes opgloeien. Niet echt hetgene waar we op gehoopt hadden, maar alle, we hebben toch lava gezien… Check! Rest ons dan alleen nog maar de afdaling in het pikkedonker – we hebben wel zaklampen natuurlijk – wat op zich ook weer een beleving is. Ik heb de indruk dat met zaklamp-licht mijn 3D zicht niet meer zo goed functioneert :-) Gelukkig mogen de dames van de groep in de auto kruipen, terwijl de heren zich in de laadbaak door elkaar laten schudden.

Twee daagjes in Léon hadden er voor mijn part gerust 10 mogen zijn, want het is er gezellig en er is nog veel meer te zien en te doen. Maar we hebben maar één week en besluiten om naar de volgende trekpleister te gaan: Granada. De weg erheen gaat via taxi, bus, taxi en bus. Meestal vinden we het niet zo erg om lang te reizen, maar soms wordt het ons ook wel te veel. Vooral als de taxi je rugzakken in een (wat later bleek) smerige koffer smijt en daarbij ook nog ergens scheurt en je daarna met je vieze rugzak nog een hotel moet zoeken… Dan is het plots effe minder gezellig allemaal. In Granada hebben we het voor de eerste keer in de reis wat moeilijker om een slaapplek te vinden; veel plaatsen zijn vol, duur of groezelig. Hoewel we nooit iets op voorhand boeken, moeten we meestal niet lang zoeken voor een plek. Gelukkig vinden we na 7 vruchteloze pogingen toch een grote hostel met nog een privé-kamer vrij (slaapzalen is enkel in uiterste noodzaak) én hangmatten rond de patio. I love hammocks! De rest van de namiddag wandelen we wat rond en besluiten we dat we Léon toch leuker vonden. We vinden niet zo veel aan deze stad. Dag 2 in Granada vullen we met een keramiekmuseum (mooi!), een oud klooster, rondwandelen op de markt (de eerste markt die we niet ok vinden om er te eten) en een wandeling naar het meer. Het meer is zo groot dat het van hieruit gewoon op een zee lijkt. Als je het meer wilt oversteken met een ferry, ben je 14 uur onderweg! De waterkant is erg vervuild en we vinden er eigenlijk maar niks aan. Na een tijdje lopen, arriveren we bij een plek waar bootjes vertrekken naar eilandjes in het meer. We laten ons aanklampen en overhalen om toch maar een tochtje te maken – het ziet er wel cool uit. Maar ook hier kan het ons niet bekoren. We dachten dat de eilandjes natuur waren, maar op ieder eilandje staat wel een huis en het eiland zelf is versterkt / omheind met stenen muren. Niet echt ons ding.

Als we de volgende dag vertrekken uit Granada zijn we er niet treurig om; das wel duidelijk hé. De laatste dagen in Nicaragua gaan we spenderen op Isla de Ometepe, een eiland dat eigenlijk bestaat uit 2 vulkanen in het meer. We vertrekken met de bus uit Granada richting Rivas, waar we van bus moeten wisselen en daarna de ferry nemen. Voor de éérste keer tijdens de hele reis maken we hier ook een ‘scam’ mee. Op een bepaald moment (vlak voor Rivas) stopt de bus om een paar toeristen uit te laten. Ineens staan er heel wat mannen langs de kant ‘Ometepe’ te roepen en beginnen er meer toeristen hun spullen te nemen en de bus te verlaten. Wij weten het niet zo goed, want we dachten dat we gewoon aan het busstation konden overstappen. Maar omdat nu bijna alle toeristen de bus aan het verlaten zijn (de gewone bevolking blijft zitten) besluiten we om toch ook maar uit te stappen. Dat is vaak ook het moeilijkste aan busreizen; weten waar je eraf moet – zeker in een grotere stad. Bovendien zijn we gewend dat er mensen langs de bus staan te roepen en heeft ons dat de afgelopen weken goed geholpen om snel verbindingen te krijgen met volgende bussen. Dus we staan daar met een groep toeristen terwijl de bus vertrekt, maar geen volgende bus naar de ferry te zien… De mannen die ons uit de bus riepen, zijn taxichauffeurs die nu belachelijk veel geld vragen om ons naar de ferry te brengen. Dju! Eigenlijk moeten we er ook wel een beetje mee lachen; iedereen staat een beetje rond te draaien, niet wetende waar we zijn en duidelijk bedot door de taxi’s. Dat komt ervan als je de massa blindelings volgt :-) De taxichauffeurs beweren dan ook nog dat er geen bussen zijn richting de ferry. Onzin natuurlijk want hoe zou de plaatselijke bevolking dan wel gaan? (en bovendien zegt de Lonely Planet van wel!) Enfin, ik weiger in ieder geval met deze mensen mee te gaan. Sommigen halen echter hun schouders op en vertrekken – mooie beloning voor de chauffeurs die er toch mee weg komen. Uiteindelijk krijgen we wel hulp van een local en besluiten we toch maar een taxi te nemen in plaats van nog twee bussen. Maar deze taxi is de helft goedkoper en geen hufter.

Aan de vertrekplaats van de ferry zien we de twee vulkaanpieken al boven het water uitsteken en hoe dichter we bij het eiland komen, hoe indrukwekkender dit beeld. We besluiten om naar de rustigere zijden van het eiland te gaan en kunnen mee in de shuttle van een groepje jongeren. Het ‘dorpje’ Santa Cruz bestaat uit 1 straat met een paar hotels, restaurantjes en huisjes. Misschien niet het meest verstandig om ook hier weer zonder reservering op te dagen, maar bij de 6de poging hebben we een fatsoenlijk kamertje voor de eerste nacht, waarna we kunnen verhuizen naar een leuke plek voor de volgende 2 nachten. De hoofdstraat loopt langs het strand en we trekken dan ook meteen onze zwemkleren aan om het reisstof weg te spoelen. Zwart zand (omdat het van de vulkanen komt), verlaten strand, lauwwarm water en uitzicht op de twee vulkanen terwijl de zon onder gaat,… relaxt! ‘s Avonds gaan we met 2 meisjes van het hotel samen iets eten. Bart heeft toch vaak geluk hoor; als we andere reizigers ontmoeten, zijn het vaak meisjes en is hij als enige man met een groepje vrouwen op stap!

De volgende dag verhuizen we naar een andere plek met slechts 4 kamers en een mooi uitzicht op de vulkaan vanuit het restaurant. We lenen er fietsen en besluiten om op zoek te gaan naar petrogliefen – tekeningen in de rotsen uitgekerft  door de vroegere bewoners. We fietsen naar een finca waar ze te vinden zouden zijn. Hoewel het mountainbikes zijn, heb ik toch wel heimwee naar mijn goede fiets thuis. Manman, wat een verschil hé – gaat toch niet zo makkelijk met een oude fiets. Het ergste is dan nog (ik durf het bijna niet te vertellen) dat we besluiten om niet te gaan als we er eindelijk zijn, omdat we 2$ pp inkom moeten betalen. Niet omdat we zo gierig geworden zijn, maar eerder omdat we het gevoel hebben dat we weer afgezet worden en het ter plekke even verzonnen wordt omdat wij ‘rijke toeristen’ zijn.

We fietsen nog wat verder door en passeren ‘dorpjes’ die steeds minder toeristisch zijn. Wanneer de weg echt verlaten begint te worden, besluiten we toch maar terug te gaan. Terwijl we daar zo staan, stopt er een klein meisje dat ons vraagt of ze ons kan helpen. Echt grappig! We doen een poging om een beetje met haar te praten. Gelukkig dat we onze Spaanse lessen gehad hebben, want het is wel leuk om hier wat met de mensen te kunnen praten. Enige nadeel is soms wel dat zij denken dat we goed Spaans spreken en dat wij vaak maar de helft begrijpen (maar wel heftig knikken en glimlachen alsof we het verstaan). Als ik vraag wat ze nu na school nog gaat doen, vertelt ze dat ze met haar biggetjes gaat spelen. Ik vraag of we die eens mogen zien en ze fietst vrolijk voor ons op naar haar huisje. Effe aan mama vragen of het mag en dan mogen we gaan kijken, terwijl ze zich verontschuldigt voor haar kleine huisje. Toch wel een beetje gek voelen we ons daardoor, precies of ze al geleerd heeft dat haar huis in onze ogen minderwaardig is. Het is wel fijn om even gewoon contact te hebben en te zien hoe de mensen hier wonen, maar we willen ook geen ramptoerist spelen. Een beetje een dubbel gevoel. Ze laat trots haar biggetjes zien, kletst de hele tijd en laat ons ook nog het strandje zien in haar ‘achtertuin’. Ik mag ook nog even in haar schoolschriftjes kijken en ze vraagt of ik haar wat Frans wil leren.

Dan keren we terug richting het hotel, waarbij we onderweg nog ergens langs de weg iets eten en een platte band moeten oppompen. De rest van de namiddag liggen we weer op het strandje ‘uit te rusten’. ’s Avonds kraken we ons flesje plaatselijke rum dat we in een sapje gieten gemaakt van verse passievruchten. Heerlijk!!

De laatste dag op het eiland beginnen we opnieuw op de fiets (auw, zadelpijn!). Deze keer gaan we naar een andere finca om toch maar de petrogliefen te kunnen zien. We hebben even gecheckt, en het is blijkbaar normaal om er geld voor te vragen :-) De finca is mooi gelegen en de petrogliefen zijn wel sjiek om te zien, dus het is wel de moeite waard. Daarna fietsen we langs het strand naar de andere kant om te gaan zwemmen in Ojo de Agua, een plek in de bossen met natuurlijke bronnen en mooi blauw water. Onderweg stoppen we voor aapjes die in de bomen hangen te slingeren en voor een lunch (slechtste hummus ooit en een onbeschofte manager die niet tegen kritiek kan!). Het mooie plaatje van Ojo de Agua blijkt erg commercieel te zijn en veel ‘natuurlijk’ is er niet meer aan de bronnen; ingedamd door stenen muren, een stenen zonnedek en ligstoelen, muziek vanuit het restaurant,… Niet echt wat we gedacht hadden, maar het water is wel fijn om even verkoeling te zoeken. We keren terug op onze fiets en ‘vieren’ onze laatste avond met zijn tweetjes, want morgen is er het blije weerzien met mijn ouders.

Maar eerst moeten we nog in Costa Rica geraken natuurlijk…. De volgende morgen moeten we al om 5u30 onze bus terug nemen naar de ferry. In het donker wandelen we van het hotel (dat toch een beetje in de bush ligt) naar de hoofdweg. Terwijl ik met mijn pitslamp over het pad schijn, zie ik overal langs het pad spinnenoogjes glinsteren… not fun!! Het is echt pikkedonker nog en toch zijn er al mensen op straat; de dronkeman die naar huis waggelt, de man die zijn paard opzadelt en wegdraaft en de fietser die de berg komt afgestoven,… niet te geloven ik zie nauwelijks mijn handen zonder pitslamp. De bus zit al bijna vol, maar we vinden nog twee plekjes en als we aan de ferry aankomen, vertrekt die zodra iedereen er op zit. Terug op het vaste land moeten we een klein stukje met de taxi richting busstation. Dit is dus dezelfde stad als de laatste keer met het hele taxigebeuren,… maar deze keer ben ik beter voorbereid en weet ik van de locals wat de juiste prijs is. Na even zoeken vinden we een taxi die ons ook voor die prijs wilt brengen, maar eenmaal in de auto begint het hele verhaal weer. De chauffeur steekt een heel verhaal af dat hij ons beter tot aan de grens met Costa Rica kan brengen, want het is zaterdag, er zijn bijna geen bussen, de bus moet omrijden en doet er heel lang over, het kost niet veel extra met de taxi, we zouden onze connectie in Costa Rica missen en daardoor te laat komen, waardoor we daar weer een dure taxi naar de luchthaven moeten nemen,… Echt een heel verhaal, waardoor je natuurlijk wel begint te twijfelen of het klopt. En ja, je zit in de taxi, dus je kan het ook nergens anders gaan vragen. Je bent ook moe, wilt niet veel gedoe; dus ik begrijp best dat hij op deze manier vaak zijn slag thuis haalt en de toeristen uiteindelijk toegeven. Gelukkig dat ik ook koppig en volhardend kan zijn (en sóms het gevoel heb het beter te weten – haha) en dat wij dus toch ervoor kiezen om afgezet te worden aan de bushalte. Aan de bushalte krijgen we meteen een nieuwe chauffeur aan ons been met zijn eigen verhaal, niet te geloven! Toch maar even checken bij de locals – en ja – de bussen rijden gewoon en duren helemaal niet lang. En in Costa Rica zijn er vollop aansluitingen, die ook nog eens aan de luchthaven stoppen, waardoor we er al tegen 17u zijn en we zelfs nog iets kunnen gaan eten voor mijn ouders arriveren.

Gelukkig was het hele taxi gedoe slechts de eerste plek waar we dit meemaakten. Hoewel we de eerste weken van onze reis in Centraal Amerika in alle eerlijkheid wel vaak achterdochtig waren. Ik vrees dat onze eerdere reis naar India ons slecht beïnvloed heeft; want iedereen die daar vriendelijk voor je is, wil achteraf iets van je of probeert je iets te verkopen. Dus waren we in het begin hier ook op onze hoede als mensen ons probeerden te helpen of zo. Misschien is dat wel de aangenaamste verrassing van onze hele trip hier geweest: dat de mensen oprecht vriendelijk, nieuwsgierig en bekommerd zijn en dat niet iedereen ons bekijkt als een wandelende zak geld.

Voila, dat was weer een beetje het verhaal van in Nicaragua.

Hier vinden jullie de foto’s:

https://picasaweb.google.com/117373307902786764885/LandenHoppen?authuser=0&authkey=Gv1sRgCPer4ZbHtb6x7gE&feat=directlink

Tot de volgende!!

Reacties 2

Pierre 16-03-2014 09:50

Ja, altijd weer boeiend en spannend; en dan moet het verhaal van Costa Rica komen zeker. Den papa zal er dan maar aan beginnen hè.... Het zal een story worden met minder couleur locale, zonder bussen, zonder taxi's, een beetje afwijkend dus. Tot gauw....

harry 16-03-2014 11:31

Alweer genoten van je verhalen én je foto's! Het blijft me boeien en kan me dus wel een beetje voorstellen hoe het dan wel voor jullie moet zijn om dit allemaal in het echt mee te maken.
Natuurlijk kijk ik nieuwsgierig uit naar het vervolg want één kant van dat verhaal heb ik al te horen (en te zien) gekregen. Kan ik zo wat vergelijken tussen de verschillende vertellers ...
Blijf vooral genieten van dit grote avontuur en van elkaar!
Groetjes van iedereen hier!

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer