Landen hoppen

Het vorige verhaal ben ik geëindigd in het noorden van Guatemala, in Tikal. Ondertussen zijn we weer een aantal weken – maar vooral ook een aantal landen – verder.

Eigenlijk waren we niet van plan om naar Belize te gaan. Maar omdat andere reizigers zo enthousiast waren over een mini eilandje dat mooi was om te snorkelen, besluiten we om de omweg toch te maken. Vanuit Tikal vertrekken we naar de grens van Guatemala met Belize met het openbaar vervoer. Het is de eerste grens die we de komende weken zullen oversteken, te voet. Wel grappig eigenlijk: de bus stopt een paar honderd meter voor de grens. Van daar wandel je naar het immigratiekantoor om je ‘uit’ te schrijven, je steekt de grens over en wandelt naar het volgende immigratiekantoor om je weer in te schrijven. Niemand die er echt op lijkt te letten of je wel degelijk langs de immigratie bent geweest. Dan wandel je weer naar een volgende bus en zet je de reis verder. Aan de grens staan overal mannetjes die je oude munteenheid wisselen tegen de volgende; sommige keren tegen een goede ‘rate’, andere keren verliezen we wat omdat we ons vergeten voor te bereiden en te checken wat de wisselkoers is. Nu we ondertussen 6 keer een grens gepasseerd zijn (en dus 12 stempels rijker zijn in ons paspoort), hebben we wel door hoe het moet :-)

Aangekomen in Belize merken we meteen een serieuze verandering. De bevolking is van Afrikaanse afkomst ipv indiaans en we voelen ons qua mentaliteit of we in Jamaica zijn beland (niet dat we weten hoe het daar is). ‘Yeah man’ :-)  Om op onze eerste bestemming te geraken moeten we in Belize overstappen op een andere bus. We hebben al snel door dat het er anders aan toe gaat dan in Guatemala. De mensen staan te dringen op de wachtplaats en er is heel wat ellebogenwerk als de bus eenmaal arriveert. Wij proppen ons ook bij op de reeds volle bus – met grote rugzak op de rug en kleine op de buik wringen we ons door het middenpad. Bart heeft weer geluk en mag weer rechtstaan in het te lage middenpad. Hij heeft er wel steeds veel bekijks mee; de plaatselijke bevolking vindt het zeer interessant en grappig dat hij zo groot is. Nog even er bij vermelden dat de bussen hier in Centraal Amerika oude Amerikaanse schoolbussen zijn en dus gemaakt zijn voor KINDEREN. Zowel in knieruimte als in zitruimte schieten ze voor ons dus vaak tekort. Zeker omdat 3 zitplaatsen voor kinderen niet gelijk is aan 3 plaatsen voor volwassenen. Maar ja, ik begrijp het wel; hoe meer zielen, hoe meer geld. En er wordt ook echt veel met de bus gereisd: mensen hebben geen auto of fiets en de bus is spotgoedkoop.

Als toerist heb je hier wel nog de keuze voor een luxe optie: een shuttlebusje dat enkel toeristen oppikt. Véél duurder (8€ ipv 1€ bvb) en nog steeds niet genoeg beenruimte voor Bart. Dus wij reizen hier steeds met de chickenbussen: veel meer fun trouwens! Voor de kinderen die de bus op klimmen lijkt het één groot avontuur: ze staan op moeders schoot en steken hun hoofdjes uit het raam en zijn supergefascineerd door de wereld die hen passeert. Voor entertainment kan ook gezorgd worden: luide, maar sfeervolle latino muziek schalt door de boxen van iedere bus in Centraal Amerika. We beginnen zelfs al sommige liedjes te kennen. Op de bussen in El Salvador hebben we het meest fun; de mensen zijn heel nieuwsgierig en beginnen meteen met ons te praten – een grote mand met gedroogde vis staat ondertussen voor Bart zijn voeten te stinken. Een beetje verder springen er 2 mannen verkleed (zo goed en kwaad als het kan) als clown op de bus en beginnen een grappig toneeltje. We begrijpen het niet echt, maar de locals moeten er echt mee lachen – en dus wij ook. Een beetje verder halen 2 Chinese toeristen hun gitaar boven en beginnen in de bus te zingen – en de locals zijn ineens hun bedeesdheid kwijt en joelen mee me de muziek… Man, this is life! Dan mogen ze ons nog een hele rit in een bus proppen, wij willen dit voor geen geld missen!

Honger en dorst zijn onbestaande tijdens busritten in Centraal Amerika. Op iedere belangrijke stopplaats springt er meteen een hele horde van verkopers op de bus. Wat ze vekopen scheelt een beetje van land tot land, maar houdt onder andere in:

-bordjes met tortilla’s, rijst en kip

- pupusa’s

- bananen of yuca chips

- snoepjes, caramellen, lekstokken, koeken, pinda’s

- hamburgers, buritto’s, soort smosjes

- zakjes met gesneden fruit

- drankjes in flesjes, blikjes of plastieken zakjes (zelfgemaakt sap of kokosnotenwater)

Je kan het zo gek niet bedenken of ze verkopen het op de bus. Sommige enthousiaste ‘entrepreneurs’ houden zelfs een heus verkoopspraatje (4 stuks voor 1$) en delen snoepjes uit om te proeven. Als ik het zo neerschrijf, moet ik er nog mee lachen met wat we allemaal op de bus tegenkomen. Hoewel het niet altijd grappig is, één keer zaten we op de bus met een jongen die me aansprak en geld vroeg om de bus te betalen. Hij was heel angstig en het leek of hij illegaal de grens over was gestoken. Net op dat moment moet de bus ook nog stoppen voor controleurs die paspoorten controleren. Ik weet niet hoe hij het klaarspeelt, maar na een hele ondervraging laten ze hem toch op de bus zitten.

De helft ben ik waarschijnlijk ook al vergeten en de rest is zo moeilijk om neer te pennen; de beschrijving doet het ‘echte leven’ onrecht aan.

Enfin, ik ben al een heel eind aan het zagen en heb nog niets verteld over Belize. De busreis gaat door groene bananenplantages en heuvels en tegen de avond komen we aan in Dangriga, een stad aan de zee, van waaruit we de volgende morgen een boot nemen naar het eilandje. Door het Afrikaanse bloed dat door deze plaatselijke bevolking stroomt, lijkt het soms of we in Afrika beland zijn. Het stadje is eerder vuil en stoffig. Nadat we onze bagage op onze kamer achtergelaten hebben, wandelen we wat rond op zoek naar iets te eten en belanden uiteindelijk bij de plaatselijke Chinees. Van andere toeristen horen we dat de Chinezen hier heel aanwezig zijn en het land waarschijnlijk gaan ‘veroveren’ door hun harde werkmentaliteit, in tegenstelling tot de mensen van Belize.

De volgende dag staan we al om 8u op de kade om een bootje te nemen naar Tobacco Caye, een mini eilandje dat gevormd wordt door het rif (tweede grootste ter wereld) dat voor de kust van Belize en Honduras ligt. Maar de kapitein vertelt dat de boot pas om half tien vertrekt, dus hebben we nog even tijd voor een ontbijtje. Om half tien (stipt als we – lees Bart – zijn) staan we opnieuw aan de boot, maar de kapitein wacht nog op vier andere toeristen voor hij vertrekt. Eén koppel besluit dan toch maar om half elf te arriveren, gaan nog even ontbijten en dan beseft de kapitein dat hij zijn sleutels niet heeft… No worries! Om tien na elf zijn we dan toch eindelijk weg, we laten de kustlijn achter ons en kiezen voor het ruime sop… Het eiland is inderdaad piepklein (125m x 240m) en staat vol gebouwd met houten huisjes, hutjes en een hotelletje. Het eerste wat opvalt is de enorme berg reuzegrote schelpen die in het water ligt. Schelpen zoals je alleen in de tropen vindt. Het volgende wat ons in het oog komt, zijn de bergen met afval die op het eiland liggen… Kuch, toch niet zo idyllisch als we dachten dan? We lopen even rond op zoek naar een slaapplek en vinden een tof huisje met veranda met hangmat en zicht op de zee. Het is erg rustig op het eiland en we kunnen zelfs wat van de prijs afdoen: 40 $ per nacht per persoon incl 3 maaltijden per dag. Niet slecht!

De eerste namiddag besluiten we om met de kano langs het rif te varen. Kano dus en geen kajak… wij dachten dat het ongeveer hetzelfde was, dezelfde techniek,… niet dus! Omdat het eiland een stuk van het rif is, is het water vrij ondiep en hebben we de grootste moeite om die kano niet telkens vast te laten varen op het rif. Na veel vloeken en slechts een paar tientallen meters verder geraakt te zijn, geven we er de brui aan en besluiten om dan maar te gaan snorkelen. We springen aan de ene kant van het eiland in het water en laten ons door de stroming meedruiven tot het andere eind… niets te zien! Er is enkel gras te zien onder water en een sporadische vis. Waar is dat snorkelparadijs waar de andere toeristen het over hadden?! 

De volgende dag besluiten we om de onderwaterwereld toch nog een nieuwe kans te geven en gaan op aangeven van een local naar een andere plek. Aha! Hier is wel degelijk wat moois te zien. We beseffen dat we al serieus verwend zijn geweest met het Ningaloo rif in Australië, maar dit is toch ook wel een leuke plek. Het koraal is niet zo mooi gekleurd, maar heeft wel mooie vormen, interessante begroeiing en best veel vissen. Er zijn zelfs een heel aantal soorten die we nog niet gezien hebben. Zo zien we een ‘koraalduivel of leeuwvis’; supermooi om te zien hoe hij zijn prooi volgt, maar wel een vis met gevaarlijke stekels. Google maar eens om te zien wat een mooie vis dit is! De onderwaterrat van ons twee (ik dus) heeft ook nog het geluk om tweemaal een gevlekte adelaarsrog langs te zien zweven door het mooie blauwe water. Waow! Rond het eiland zwemmen ook voortdurend een vijftal grote pijlstaartroggen (met hun gevaarlijke stekel) die we ook meermaals onder water tegenkomen. Best wel een beetje eng… Naast een paar uur per dag met ons hoofd onder water duiken valt er voor de rest op het eiland niet veel te doen (kanoën wagen we ons niet meer aan). We worden er echt helemaal relaxt van! Heerlijk om wat in de hangmat te lezen en in de zon te liggen en te kijken naar de vele pelikanen die rond het eiland cirkelen. We hoeven niet eens na te denken wat we willen eten, het wordt zo voor onze neus neergezet. Zo komen we ook te weten waarom die enorme bergen grote schelpen op en rond het eiland liggen; het zijn de woningen van zeeslakken. Hier wordt serieus op ‘gedoken’ en iedere dag komen verschillende vissers terug met hun boot vol schelpen (en ook vaak kreeften of gewone vissen). Het is een belangrijke bron van voeding voor de eilandbewoners en best wel lekker: beetje taaier dan inktvis maar gelijkaardig. Een paar keer valt er een kokosnoot uit de boom (of we proberen er zelf een uit te gooien) die we dan proberen open te krijgen. Lachen! ’s Avonds halen de locals hun ‘drums’ boven en weerklinkt typische Garifuna muziek.

Na drie nachten op ons (bijna) idyllisch eilandje besluiten we om weer verder te trekken. Bestemming van de dag: terug naar Guatemala. Met de boot (tuurlijk) vertrekken we terug naar Dangriga waar we geluk hebben en ‘onze’ bus al staat te wachten. We rijden naar Punta Gorda waar we eerst een belachelijk hoge kost moeten betalen om het land te verlaten. Maar we hebben weeral geluk want de laatste boot van vandaag wacht op ons vooraleer hij vertrekt. Het wordt een zeer bumpy ride opnieuw over volle zee, richting Livingston in Guatemala. Livingston is het enige stadje in Guatemala waar ook een grote populatie woont van Afrikaanse afkomst (Garifuna). We blijven er enkel voor die avond om te bekomen van de tocht en proeven ’s avonds Tapado; een locaal gerecht met vis en schelpdieren in een soep van kokosnoot en bananen.

De volgende dag strepen we weer een item af op de toeristen-to-do-list: een boottochtje op de Rio Dulce; de rivier tussen Livingston en Rio Dulce stad. De tocht begint tussen hoge rotswanden in een soort jungle-decor (mooi), maar mondt al snel uit in een brede rivier waar niet veel te zien valt. Voor ons zeker geen hoogtepunt. Aangekomen in RD willen we verder reizen richting Honduras om de volgende dag geen al te zware busrit meer te doen. Maar deze keer zal het zo vlot niet gaan. Er zijn die dag stakingen door de leerkrachten en ze bezetten een beetje verder het belangrijkste kruispunt om verder te kunnen reizen. We zitten dus vast… even de reizigersbijbel erbij nemen (Lonely Planet) en kijken voor een hotelletje en een leuke bezigheid voor de rest van de dag. Niet veel later zitten we (alweer) op een bus richting Finca Paradisio. Een wandeling langs de rivier hier leidt een bos in en na een paar minuten botsen we op de hoofdattractie hier: een warmwaterwaterval. Ja, je leest het goed: het water van de waterval is warm; zelfs heet! Eerst het frisse poeltje trotseren en de vissen die graag aan je knabbelen (daar betaal je bij ons dus geld voor, maar ik vind er echt niets aan en probeer in beweging te blijven zodat ze mij niet bijten). Het frisse water van de rivier vormt het ‘bad’ en de waterval is een hete ‘douche’. Bart kruipt op de waterval en haalt boven warme modder om ons mee in te smeren; zou goed zijn voor het huidje. Grappig zicht, we zien alle twee geel van de modder :-)

We merken dat we door ons eilandverblijf in een slow-modus geraakt zijn; we zijn beetje té relaxt geworden en hebben het moeilijk om terug in een versnelling te geraken. De volgende dag zit er echter niet veel anders op en wordt het weer een hele dag bus-zitten. Deze keer hebben we wel een rechtstreekse bus gevonden tot aan de grens met Honduras, waar we na een dikke zes uur aankomen. Nog een laatste inspanning en korte bus naar Copan, onze eindbestemming van de dag en beroemd omwille van een andere Maya tempel. Na een hotel gezocht te hebben gaan we kijken op het stadsplein waar een hoop mensen zijn omwille van het verkiezingsfeest van de nieuwe burgemeester. In de late namiddag krijgt iedere inwoner hier een gratis bord rijst met kip en het is een ware stormloop van mensen die hun gratis bordje proberen te bemachtigen. Wij gaan iets eten in de ViaVia, een café met Belgische eigenaars en vinden er op het specialiteitenbord: vidée! Daar ben ik gek op en heb ik al gemist de afgelopen maanden! En het is nog lekkere vidée ook; met een krokante tortilla ipv een koekje van bladerdeeg. Daarna keren we terug naar het plein waar een bandje optreedt: van die latino muziek word je toch altijd zo happy! Het hele dorp lijkt wel verzameld op het plein; alle leeftijden zijn aanwezig – een gezellige boel en een echt dorpsfeest.

Wat me trouwens opvalt in heel Centraal Amerika is dat er nog onbezorgd met de kinderen wordt omgegaan. Ik bedoel daarmee dat de mensen hier niet zo ‘overbeschermend’ met de kinderen omgegaan. Vaak zie je hier kinderen alleen langs de straten lopen. Misschien zelfs iets té onbeschermd: op een bepaald moment liepen we langs een drukke weg waar grote vrachtwagen passeerden en een klein meisje alleen langs de rand van de weg liep. Maar veel vaker lijkt het gewoon wel ok om de kinderen zo te zien. Ze fietsen zelf egens naartoe of spelen samen op een plein. De ‘iets’ grotere kinderen lopen met baby’s en peuters rond te dragen. Aan het meer zitten jongens te vissen of te zwemmen. Op de boot naar Tobacco sprongen 2 jongetjes gewoon mee op de boot voor een tochtje. Ze houden zich hier gewoon onderling bezig, zijn niet zo afhankelijk van volwassenen om hun met uitstapjes te entertainen. En ze zijn ook gewoon echt nog veel buiten aan het spelen ipv voor de tv te hangen. Hoewel ik in alle eerlijkheid moet zeggen dat het gamen voor de pc ook lijkt op te komen – en dan niet in de gecontroleerde thuis omgeving, maar in cybercafés.

Wat me ook opvalt is dat ik hier nog nérgens – echt nergens – een kinderwagen heb gezien! In Guatemala dragen ze hun baby’s en peuters in een doek op de rug. Maar in andere landen worden de kleine kinderen gewoon op de arm gehouden. Of ze lopen zelf natuurlijk. Ook hun iets oudere broers of zussen sjouwen met de baby’s rond. Maar dus geen wandelwagen, laat staan een maxi cosy of zo (gewoon op de schoot in de bus of op de brommer). Ik vind het eigenlijk best wel vertederend (los van potentieel gevaar in het verkeer). Die baby’s worden gewoon de hele tijd letterlijk ‘omarmd’. Lief toch. Ineens lijkt een buggy mij zo afstandelijk…

De volgende morgen bezoeken we de ruïnes van Copán in Honduras (6 km over de grens met Guatemala). Het eerste wat we tegenkomen als we het park binnenwandelen is een hele groep half-wilde ara’s in de boomtoppen. Daar ben ik al een kwartiertje zoet mee om een mooie foto proberen te trekken. Copán is gekend omwille van de mooi gebeeldhouwde stelae en hiëroglyfen, veel verfijnder uitgewerkt dan de beelden in Tikal. Het complex is niet zo groot als Tikal en ligt evenmin in het oerwoud, maar het is er wel erg mooi. We gaan ook een kijkje nemen in het museum waar we wat meer uitleg krijgen over de betekenis van bepaalde afbeeldingen. Een korte tussenstop in Honduras, maar wel een mooie!

‘ Avonds eten we nog eens in een plaatselijk eetstalletje op de markt en plannen onze reis voor de volgende dag naar El Salvador. Omdat de busreis niet zo gemakkelijk is, besluiten we nog eens om een toeristenshuttle te nemen. Bart wil gaan boeken, maar wat blijkt… er rijden de komende 4 dagen geen shuttles, omdat het verkiezingen zijn in El Salvador. Volgens de politieagenten die we op de markt aanspreken, zouden we er wel gewoon met de bus kunnen geraken. Enfin, niet 1 bus maar een paar toch.

We vertrekken vroeg uit Copán en 4 bussen later staan we aan de grens met El Salvador… waar het onheilspellend rustig is… De eerste politieman die we tegenkomen, bekijkt erg lang onze paspoorten. Omdat we een beetje van hot naar her gereisd zijn, hebben we al heel wat stempels van Centraal Amerika en dat wil hij toch even uitklaren. Maar hij is wel heel vriendelijk en we vragen hem dan ook naar de bustoestand aan de andere kant. Nope, geen bussen vandaag… We hopen dan maar op een taxi of een pick-up of een tuktuk, maar als we eenmaal de grens over zijn zien we geen enkel bewegend voertuig. Bart begint al stilaan het plan om toch te vertrekken te betreuren, maar ik vind het wel leuk zo een avontuur. Eerst besluiten we om iets te eten en de straat wat in de gaten te houden. Dan trekken we te voet verder en zien we toch een shuttle. Hijzelf rijdt vandaag niet, maar hij weet ons wel te vertellen dat er nog 1 bus naar de hoofdstad gaat. Op onze eindbestemming van vandaag zullen we echt niet geraken, maar we nemen wel de bus weg van de grens en stoppen 2 dorpjes verder in La Palma, gekend omwille van de huizen met muurschilderingen.

We lopen de rest van de namiddag wat rond in het dorpje en volgen de verkiezingsuitslag mee. De presidentskandidaat die uiteindelijk wint is van de FMLN partij. De partij stamt nog af van de burgeroorlog hier en was vroeger een groepering van guerrillastrijders. Als de uitslag bekend is, barst vuurwerk los. Wij zijn te moe voor het feestje en liggen dan al in bed. Achteraf horen we dat er owv de verkiezingen ook van zaterdag tem woensdag (!) een verbod is op alcoholverkoop, waarschijnlijk om agressie en incidenten te vermijden.

Vanuit La Palma nemen we de volgende dag twee bussen naar Suchitoto, een dorpje in de noordelijke heuvels. In die heuvels heeft in de beginjaren ‘80 de burgeroorlog hevig gewoed en je vindt hier nog overal de overblijfselen van. We zoeken eerst een hotelletje en vinden er uiteindelijk ééntje met mooi zicht op het meer van Suchitlan. Nadat we op de plaatselijke markt soep gegeten hebben (lekker: soep met zo een warm weer) zoeken we het toeristenbureau op en regelen voor de volgende dag een ritje te paard door de heuvels mét gids die wat kan vertellen over de oorlog. Van een andere toerist hoorden we dat de mensen in El Salvador eerder achterdochtig waren owv de oorlogsgeschiedenis, maar wij vinden ze super vriendelijk!! Misschien wel de vriendelijkste mensen van Centraal Amerika?! Wanneer we op de bus wachten, is er altijd wel een nieuwsgierige ziel die een praatje wilt maken. Ook op de bus hebben we veel bekijks en de mensen hier durven hun ‘schroom’ te overwinnen om ons vragen beginnen te stellen. Als we ergens met onze reisgids staan te draaien, zijn er mensen die ons willen helpen. En toen we naar Alegria gingen, waren er twee vrouwen die ons bij de hand namen en die een pick-up voor ons tegenhielden waar we in konden kruipen. Het zou hier niet zo veilig zijn om alleen te gaan wandelen in de heuvels (en dat doen we ook niet); maar wij hebben ons op geen enkel moment onveilig gevoeld hier. We vinden het juist een erg fijn land om in rond te trekken. Nog één weetje van El Salvador? De plaatselijke frituur noemt hier ‘pupuseria’ en verkoopt geen frietjes maar pupusa’s. Dit zijn eigenlijk gevulde tortilla’s en ze vullen ze ofwel met kaas, vlees, bonenpasta en soms met groentjes of scampi’s of een mengeling van de voorgaande. En ze zijn heerlijk en supergoedkoop (30 cent per stuk)! Ze verkopen ze ook in andere landen, maar daar hebben ze de kunst van pupusa maken nog niet echt door.

Enfin, we gaan verder :-) De tweede dag in Suchitoto vertrekken we dus ’s morgens met de bus tot aan de voet van de heuvels waar onze paardjes en gids staan te wachten. Ik weet niet of de volkswijsheid ‘je krijgt wat je verdient’ ook voor paarden geldt, maar alleszins krijg ik een paard dat echt bij mij past: een lui paard dat graag eet :-) Mijn paard steekt om de haverklap zijn hoofd in de struiken of het gras, gaat in een slakkentempo de bergen omhoog en struikelt ook nog een aantal keer in het afdalen. Toch ben ik blij dat het voor de verandering ik niet ben die aansporing nodig heeft. Tijdens de tocht oefen ik mijn Spaans wat door met de gids te kletsen. Hij vertelt dat hij een aantal jaar in de VS gewerkt heeft, maar nu thuis is omdat hij voor zijn ouders zorgt. Hij zegt dat zijn vader en moeder hem als baby meermaals gered hebben van de dood tijdens de oorlog (hij verloor twee oudere broers) en dat het nu zijn plicht is om bij hen te blijven. Zijn jongere broer is op dit moment in de VS aan het werken en stuurt geld terug. Net als in Guatemala is de bevolking erg afhankelijk van familie in het buitenland die hun geld stuurt (dit vormt 20 % van het nationaal inkomen). Als ik aanhaal dat het niet makkelijk moet zijn om een visa aan te vragen voor hen, lacht de gids een beetje schuin. Hij (en zijn broer en de meesten) komen natuurlijk niet legaal het land binnen. Om er te geraken betalen ze 8000$ aan de mensenhandelaars (waarvoor ze natuurlijk hard moeten sparen of achteraf hard moeten werken om het terug te betalen). Hij zegt dat de VS wel oogluikend toelaat dat ze er zijn, omdat ze meestal de smerigste en lastigste jobs invullen. En terugkomen naar El Salvador? Gewoon met het vliegtuig – ze zijn blij genoeg dat je weer vertrekt.

Zijn verhaal gaat ook over de oorlog en net zoals in de andere landen hier in Centraal Amerika begint het steeds met: Er waren eens de rijken die 98% van land en rijkdom in handen hadden… en daartegen kwam de arme bevolking natuurlijk in opstand. De eerste opstand in de jaren ’30 resulteerde in een massamoord van 30.000 ‘indigenous’ mensen, onder het goedkeurend oog (volgens onze gids) van de USA. In ieder land is het verhaal van de burgeroorlog verweven met een verhaal van Amerikaanse steun aan de ‘rijken’ in de strijd tegen het ‘socialisme’. Je voelt de verontwaardiging van de mensen over de bemoeienissen van de USA sterk in hun verhalen! In de jaren ’70 groepeerden de guerrilla’s zich opnieuw in de bossen, heuvels, dorpen – mannen én ook veel vrouwen. Deze keer kregen ze hulp van de Russen (koude oorlog) – het leger van El Salvador kreeg opnieuw Amerikaanse hulp. Overwinningen van de guerrilla’s werden bestraft door het leger met het uitmoorden van hele dorpen. De strategie hierachter was dat men dacht ‘een vis kan niet leven zonder water’ – dus als we de families van de guerrilla’s uitmoorden, zullen deze ook wel sterven – de strijd opgeven. Tijdens onze tocht zien we plekken in de heuvels waar ze zich vroeger verscholen, waar de gewonden verzorgd werden en grotten waarin ze de gewonden verstopten bij luchtaanvallen. Zoals altijd zijn we weer erg onder de indruk van de verhalen en van de gebeurtenissen die zich afspeelden toen wij nog klein waren. Ik schaam me bijna dat ik hierover zo weinig weet, maar ben wel blij dat het mij nu verteld wordt. Onze gids was zelf nog een kind tijdens de oorlog, maar zijn ouders blijven er vaak over vertellen en probeert de jeugd zoveel mogelijk te waarschuwen. In 1992 werd een vredesakkoord getekend, waarbij er een herverdeling was van de gronden en ieder gezin een eigen stuk grond kreeg om op te wonen en om te bewerken. Het verhaal kent een einde in de huidige verkiezingen die gewonnen werden door de FMLN, de partij van de vroegere guerrilla’s (voor de tweede keer). De armere bevolking kan hun geluk niet op! Blijkbaar werd het systeem ingevoerd (tijdens eerste regeerperiode) dat enkel de rijkste helft van de mensen belastingen moet betalen. De armste helft van de bevolking betaalt niets. Bovendien zijn scholen tegenwoordig gratis (uniform, benodigdheden en 1 maaltijd inbegrepen) en zou ook gezondheidszorg gratis zijn. De nieuwe regering heeft al voor iedere student een gratis computer beloofd.

Na het paardrijdtochtje keren we terug naar het dorp, waar we nog even binnenwandelen in het museum van de vrede en de gaten in onze kennis over de oorlog verder worden opgevuld. De dag sluiten we af op het marktplein waar we de lekkerste pupusa’s van het land eten (ja, we eten ze hier elke dag, omdat we hier maar 4 dagen zijn!). De volgende dag verhuizen we naar een ander dorpje in El Salvador in andere heuvels: Alegria. Op het laatste stukje van onze weg hierheen is blijkbaar niet zo  vaak een bus, dus worden we door twee dames geholpen die er ook heen moeten. We moeten hen maar volgen en zij houden gewoon een pick-up tegen die dezelfde kant uitmoet. Grappig detail; ik sta effe na te denken hoe ik vanachter in die bak geraak, terwijl het oude madammeke van 70+ er behendig langs de zijkant inkruipt. Je kan dan toch nog wat leren van de oudere generatie ;-)

In Alegria is er niet veel keuze uit overnachtingsmogelijkheden; er zijn er maar 3 of zo. Op de eerste plek doet niemand open, in de tweede vinden we het te duur dus zijn we genoodzaakt in de derde te blijven: een soort kleine huisjes gemaakt van leem en hout, waarbij je de mieren achter de houten muur kan zien lopen, en een golfplaten dak erop. Maar alle, het zijn wel vriendelijke eigenaars. Terwijl ik op het plein een boekje aan het lezen ben, krijg ik ineens gezelschap van een té vriendelijke man die niet veel later gewoon té zat blijkt te zijn. Ineens staan er drie meisjes van mijn leeftijd rond me – om me tegen hem te beschermen, de plaatselijke dorpsgek. Zo lief dat iedereen hier is! En ja, ’s avonds eten we weer pupusa’s in de plaatselijke populaire plek, waar bijna het hele dorp – zo lijkt het – zijn pupusa’s komt uithalen.

Voor de volgende dag hebben we weer een tocht met gids geregeld. Zoals gezegd raden ze af om er alleen op uit te gaan. Omdat het niet veilig is (er zitten veel bendes off road), maar ook omdat je kan verdwalen. Dus om 8u ontmoeten we onze gids (mét machete) voor een old-time-favorite: berg beklimmen ;-) Ik heb de arme man al maar gewaarschuwd dat het een langzame en lange tocht gaat worden vandaag. Het eerste uur klimmen we tussen de koffiestruiken de steile bergwand omhoog totdat we op het hoogste punt in het mooie blauwgroene kratermeer kunnen staren. Daarna wandelen we een hele tijd langs de rand totdat de begroeiing feller wordt en de gids met zijn machete een weg moet vrijmaken. Het is best wel een pittige wandeling, door de struiken, over rotsen klimmen in de hete zon. Als we aan de andere kant van de krater zijn, is het weer naar beneden glijden in het vulkanisch zand tot we de weg terug bereiken die het laatste half uur mooi door de koffieplantages slingert terug naar Alegria toe. Namiddag is gereserveerd voor lekker lui lezen in de hangmat, een ‘meubelstuk’ dat ik steeds meer begin te appreciëren ;-)

De dag erna volgt er weer een serieuze reisdag. We vertrekken ’s morgens om 7u uit Alegria en willen reizen naar Leon in Nicaragua. Vijf bussen brengen ons naar de grens met Honduras en we hebben geluk dat we vrijwel van de ene bus op de andere kunnen stappen én dat de mensen zo vriendelijk zijn en het busreizen zo plezant. In Honduras nemen we weer 2 bussen naar de grens met Nicaragua, vanwaar we een rechtstreekse bus vinden tot in Leon, waar we rond 19u aankomen. Volgens de mensen op de bus was het niet zo ver stappen naar het centrum, maar dat blijkt dan toch nog een half uur te zijn vooraleer we met onze zware rugzakken in de hostel aankomen.

De rest van de reis in Nica en onze eerste dagen hier in Costa Rica met mama en papa zijn voor een volgende keer. Voorlopig zijn jullie weer een beetje mee met wat we de afgelopen weken hier allemaal gedaan en gedacht hebben.

Hasta la proxima!

Reacties 4

harry 21-02-2014 09:14

Amai wat een epistel! Wel een mooi ....
Eerst weken niets en dan dit, van wat doseren is er geen sprake! Maar blijkbaar doseren jullie het genieten ook niet en is het voor jullie nog elke dag volle bak feest! Ik geniet van het lezen van jullie verhalen en avonturen en kan me daar toch wel een vrij goed beeld bij voorstellen door Karen haar schrijftalent.
Hier alles oké en ook in de Oudestraat alles in orde (dit maar om Pierre en Renata gerust te stellen).
Ik wil natuurlijk wel een even gedetailleerd verslag van de rondreis in Costa Rica want met 4 is toch even anders dan met 2 ...
Groetjes daar aan iedereen!

Wivina 22-02-2014 12:59

And the story continues... je hebt haast het gevoel dat je midden in het verhaal meegaat. Heel bijzonder.
Er is ook wat nieuws te vertellen dat je ook al via FB vernam. Tante Lieve en Koen hebben hun huis verkocht (tenminste indien de kopers zich niet het laatste moment terug trekken) en een huisje gekocht in Tongeren. Klein, maar groot genoeg voor hun tweetjes, gezellig en met een grote tuin voor hun hondjes. Ze voelen zich er helemaal in hun nopjes mee. Koen heeft nieuw werk gevonden en zal precies hetzelfde mogen doen dan bij Elbo in Hasselt. Dus ook daar is wat goed nieuws te rapen.
Heel veel groetjes, ook aan mama en papa xxx

Jos 23-02-2014 22:14

Moet je nu echt de halve wereld afreizen om te achterhalen dat je van de oudjes nog wat kan leren? Klinkt wel allemaal erg tof moet ik zeggen. Ik kan niet wachten op je verhalen van mamma en pappa op de plaatselijke bus met kippen op hun schoot.

Pierre 07-03-2014 15:57

Verdorie, blijkbaar had ik een paar weken eerder moeten over komen... Ja, en dan komt stilaan het weerzien met de pp en de mm in Costa Rica in beeld. Voor een algemene indruk: hier mijn bijdrage: geweldig gezellig, een mooi land, droomstranden, veel fruit slecht voor de darmen, veel muggen slecht voor de kriebel. Voor meer details: zie Karen ....

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer