Misschien wel het meest gekke weekend uit mijn lev

Na veel wikken en wegen besluiten we toch om een toer te boeken naar het “Tinku” festival in het stadje Macha. De vierdaagse toer houdt in dat we de traditionele voorbereidingen van het feest zullen meemaken van dichtbij, zonder dat het overladen is door toeristen. Net omdat het zo authentiek is, laten we ons overhalen om toch deel te nemen.

Tijdens de mijntoer leren we de Nieuw-Zeelander Phil kennen. Hij heeft ook veel interesse om mee te gaan. Samen gaan we ons de dag voor het vertrek inschrijven bij de touroperator. We zijn nieuwsgierig naar het aantal inschrijving, maar de organisator laat weten dat er tot nu toe slechts twee personen inschreven hebben. Hij meldt dat de meeste inschrijvingen echter last minute gebeuren, dus we moeten de volgende dag afwachten.

Vrijdagmiddag melden we ons bij het agentschap. Phil zit al te wachten. We worden vergezeld door een ouder Argentijns koppel, Luis en Adriana. Blijkbaar heeft niemand anders zich inschreven dus vertrekken we met ons vijven naar het busje. Hier staan onze chauffeur Frank en gids Daniël, beter gekend als “Drunk en Drunker” ons op te wachten. De eerste stop is een marktje waar we geschenken kopen voor de familie waar we de nacht zullen doorbrengen. We kopen twee flessen alcohol (40 %), een zak cocabladeren en wat snoep. De gids voegt hier echter nog een fles pure alcohol (96 %) aan toe. Jaja, net als de mijnwerkers drinken de boeren ook wel eens graag wat straffer spul. We rijden een klein uurtje verder doorheen het heuvelachtige gebied en stoppen aan een kapelletje. Er wordt door de chauffeur wat alcohol en cocabladeren geofferd met als doel een veilige reis te verkrijgen. Na dit kleine intermezzo zetten we onze koers verder. We stoppen bij een eethuisje waar we lunchen en wat verder op een marktje. De organisator heeft ons gewaarschuwd dat we deze nacht vrij “basic” zullen slapen, maar dat er ter plaatse voldoende dekentjes voorzien zijn om het toch warm te houden. Bij een korte navraag bij onze gids Daniël blijkt dat hij niet echt zeker is dat er voldoende dekentjes zullen zijn. We nemen het zekere voor het onzekere en kopen op het marktje nog een extra deken. Daarna volgt een langzame en stoffige (onverharde) weg richting het dorp. Net voor zonsondergang komen we aan in het dorp. De gids vraagt ons in de bus te wachten terwijl hij en de chauffeur in het gemeenschapshuis met alle verschillende gemeenschappen (elf in totaal) gaan praten over wie de toeristen dit jaar mag ontvangen. Het blijkt dit jaar niet zo simpel te zijn, want pas na een dik uur komen ze terug naar buiten samen met twee locals. Deze mensen zullen ons naar onze overnachtingplaats (hun huis) brengen. Al bij het binnenkomen van de bus is duidelijk dat de twee locals al gedronken hebben en zin hebben in het feestje vanavond. Ze geven de chauffeur enkele instructies en weg zijn wij. Ze wijzen een plek langs het kerkje aan om de bus te parkeren. We vermoeden dat we aangekomen zijn, maar neen het huisje ligt nog een kilometer verder op de top van de berg. Maar aangezien er geen weg is tot aan het huisje zullen we te voet door het donker de berg moeten opklimmen. Nu het donker is en de wind de kop begint op te steken, daalt de temperatuur erg. Dat belooft voor vannacht.

Uiteindelijk bereiken we het huisje of beter gezegd de hutjes. Het is duidelijk te merken dat dit zeer arme mensen zijn. Desalniettemin wordt er ons na de hartelijke ontvangst eten aangeboden. Een vrouw brengt een doek vol met gekookte aardappelen en bonen, die in een ‘oventje’ onder de grond gemaakte zijn. Best lekker na een lange trip. Het hoofdmenu zal nog eventjes op zich laten wachten dus vliegen we met ons vijven volop het voedsel. Vanavond zal hier een offerfeest plaatsvinden ter ere van het einde van de oogst. Hiermee willen ze Pacha Mama (Moeder aarde) bedanken voor hetgeen zij allemaal heeft voortgebracht en ook hopen ze op een goede oogst het volgende jaar.  Er lopen een aantal mensen rond op het binnenkoertje dus het is niet heel duidelijk wie de gastheer is. Daarnaast blijven er mensen toestromen, want het gezin waar wij verblijven heeft dit jaar de eer om het kruis in huis te hebben en dus het feest voor hun hele gemeenschap (maar slechts één van de 11) te mogen organiseren.  In totaal komen er een veertigtal mensen opdagen, de ene al wat zatter dan de andere. De boeren delen graag met ons, ook het drankje chicha. Een alcoholisch mengsel gemaakt van maïs. De gastheer maakt duidelijk dat dit drankje puur natuur is. Dit wil zeggen dat de vrouwen de maïs eerst kauwen en daarna in een pot spuwen. Het speeksel zorgt voor de gisting zodat het drankje alcoholisch wordt. Wij zijn allebei niet echt voorstanders van deze drank, maar durven ook niet onbeleefd te zijn om het te weigeren dus geven we het een kans. Eerst een beetje voor Pacha Mama en daarna een slok voor ons. Echt een degoutant drankje met een zure geur. Het proeft, ruikt en ziet er uit als overgeefsel. Maar de boeren zijn er dol op en hebben genoeg voorraad voor de volgende dagen door te komen. Na een paar keer de chicha te hebben gedronken geven we er toch de brui aan.  Het wordt kouder en kouder onder de open hemel. We krijgen allen een poncho en een muts ter verwarming. Maar het enige dat echt helpt, is dansen. Er wordt een zak vol met panfluiten bovengehaald en uitgedeeld. Als bezetenen beginnen ze een deuntje te fluiten en in een kringetje te dansen. Het duurt niet lang of wij krijgen ook een panfluit in onze handen geduwd en moeten mee dansen. Op zich is dit nog wel leuk en we krijgen het er iets warmer van. Aansluitend wordt er een kruising van een gitaar met een banjo bovengehaald. Eén man speelt een deuntje van misschien drie noten en de rest marcheert in een cirkeltje rondom de man. Ok, nu hebben we het weer wat warmer. Maar tot daar beperkt zich het muziekrepertoire van deze mensen. Dus je kan het je wel voorstellen dat deze twee liedje de hele nacht door gespeeld worden tot vervelends toe. De boeren vinden het echter fantastisch en naarmate ze meer en meer drinken wordt het allemaal wat minder zuiver. Wij moeten er vooral een beetje mee lachen in wat voor een situatie we nu weer beland zijn.

Genoeg gedanst voor even want het hoogtepunt van de avond staat te gebeuren; het offeren van de lama’s. Er worden twee lama’s naar boven getrokken, maar de lama’s hebben er niet zo’n zin in en geven wat weerwerk en krijsen alsof ze al geslacht worden. Er worden twee lama’s geofferd omdat het een koppel moet zijn, dus een mannetje en een vrouwtje. Daarnaast wordt er ook nog één schaap te voorschijn getoverd, dit met de bedoeling om de jongeren ook een kans te geven een dier te offeren (oefening baart kunst). Een lama zou voor hen iets te sterk zijn. Eens de dieren op het binnenkoertje worden de kelen van de beesten met een niet al te scherp mes doorgesneden. Vervolgens krijgen de aanwezigen allemaal vanuit de bloedende keel een streep bloed op hun wangen gesmeerd; voor goed geluk natuurlijk. Ze laten de dieren verder doodbloeden op de grond ter ere van moederaard. Eens deze ceremonie afgelopen is, starten de twee dansjes weer en vloeit de chicha rijkelijker als tevoren. Een aantal mannen bekommeren zich over het in stukken snijden van het vlees. Vanaf nu komen ook de vrouwen in actie want zij staan in voor het bereiden van de maaltijd, zijnde het hart van de lama’s. De vrouwen blijven allemaal wat op de achtergrond en zitten iets verder aan het kookvuur terwijl de mannen volop aan het dansen en zuipen zijn. Het is niet zo dat de vrouwen niet drinken, zij nemen de drank mee aan het kookvuur. Het begint nu stevig koud te worden en Karen is het dansen en de zatte boeren beu, ik ook eigenlijk. Ze besluit om zich bij de vrouwen te zetten dichtbij het kookvuur maar ook daar wordt ze niet gespaard van de afschuwelijke chicha.

Na een lange tijd wachten wordt het avondmaal, bestaande uit gekookt lama hart en bonen geserveerd. Borden kennen ze hier blijkbaar niet, dus wordt het eten maar in een kuiltje van mijn poncho opgediend (hmm). Het hart smaakt volgens mij niet zo slecht maar is nu ook niet lekker. Karen vindt het maar niks. Aangezien ik een enorme portie gekregen heb en ik niet zo veel trek meer heb, probeer ik mijn portie stelselmatig door te geven aan onze gids en chauffeer die ondertussen al even dronken zijn als de boeren. Na het eten weer het gekende recept, ja hoor dansen op muziek van de panfluit en het gitaartje. Op een uniek stil moment wordt er een toespraak gehouden. De man vraagt aan zijn mede feestvierders om vanavond de toeristen goed te behandelen en geen domme zatte dingen te doen. Hij zegt dat wij belangrijke gasten zijn en dat ze in de toekomst vaker toeristen willen uitnodigen om het feest met hen mee te vieren. Er wordt een vuur aangestoken en iedereen danst rondom het vuur. Eindelijk een beetje warmte. Tegen middernacht hebben we er eigenlijk genoeg van en willen we gaan slapen. Daar ligt het volgend probleem. Er zijn rondom de binnenplaats drie hutjes. In één daarvan mogen wij gaan slapen. Het hutje bestaat uit vier lemen muren, een strooien dak en een aarde vloer. Er worden een aantal dekentjes en lamavachten op de grond gelegd. Het slaapgedeelte beslaat een oppervlakte van twee meter op twee meter. En hier moeten we dus met vijf mensen de nacht doorbrengen. Het aantal dekentjes is totaal niet voldoende om de nacht door te brengen in deze koude. We vragen aan de gids of hij aan de familie nog wat bijkomende dekentjes kan vragen, maar het hoofd is al zo dronken dat hij na twee seconden al vergeten is wat er gevraagd werd. Normaal gezien zouden de gids en de chauffeur ook nog bij ons moeten slapen, maar zij zien met het klein beetje nuchtere verstand wat nog overschiet in dat dit niet mogelijk is. Omdat de extra dekentjes er niet meteen staan aan te komen, geven ze hun slaapzakken af aan ons. Oh ja, nog even naar het toilet voor het slapen gaan. Dat gebeurt onder de open hemel want er is geen toilet, douche of stromend water aanwezig.

Terwijl de vrouwen van de boeren ook genoeg gedronken hebben om aan de dans mee te doen, proberen wij ons zo goed als het gaat te positioneren op het slaapoppervlak. Aangezien het Argentijnse koppel al niet van de magerste is, voelen we ons al snel als een sardientje in een blik. Karen krijgt bijna een paniekaanval dus probeer ik  zoveel mogelijk van het deken rond haar te leggen. Hierdoor blijft er enkel een stukje over voor mijn benen. Dit wordt de koudste nacht van mijn leven. Wat later komt de chauffeur onze kamer binnengestormd. Hij is stomdronken en staat maar wat aan onze deur te lallen. Na vijf minuten verdwijnt hij weer zodat we verder kunnen euhm ... slapen. Het feest gaat nog volop zijn gang, maar na een tijdje (twee uur of zo) komt er iemand de kamer binnen met extra dekens of beter gezegd matten. Juist op tijd want ik  begon bijna te bevriezen. De extra mat brengt onmiddellijk al meer warmte, maar het blijft nog ijzig koud. We doen beiden geen oog dicht. De deur van het hutje sluit niet volledig en ik kijk om de vijf minuten even naar buiten of het nog niet licht is en we in de warme zon kunnen gaan staan.

De volgende ochtend ben ik blij dat ik kan opstaan en ik hier geen tweede nacht moet blijven. Phil is vroeger opgestaan om zich te gaan wassen in het water van een riviertje. Wij passen hiervoor en stinken liever. Er wordt ons een ontbijt geserveerd, een soort maïspap, bereid door een hete steen in de pap te gooien. Ik vind dit nog één van de beste dingen die we hier tot nu toe gegeten hebben. Na het ontbijt is het lang wachten. De boeren vertellen dat deze namiddag alle 11 gemeenschappen samenkomen aan de kerk voor het Fiesta de la Cruz; de zegening van het kruis. Ieder van ons vijf wordt uitgedost in de traditionele kledij. Ik krijg zelfs een hoed met een lange pluim opgezet waardoor ik nog groter lijk en dus nog meer aandacht krijg. Ze vertellen mij dat hetgeen ik draag allemaal met de hand gemaakt is. De kostprijs is dan ook navenant 2000 Bolivianos of 200 EUR, toch wel enorm veel geld voor deze arme boeren.  Eens we aangekleed zijn, kan het verdere wachten beginnen. Hoewel het deze nacht ijzig koud was, begint de zon op dit moment goed door te branden, zeker met onze nieuwe plunjes aan. De boeren laten het allemaal niet aan hun hart komen en blijven liters chicha naar binnen spelen. Dat belooft alweer…

Tegen een uur of twee is het dan zo ver, we gaan vertrekken richting de kerk.  Hoewel wij al een tweetal uur klaarstaan, zijn er toch nog wel een aantal die op het laatste moment nog moeten omkleden, “toilet gaan” of wat bijkomend bier moeten gaan halen (zou het met de chicha te maken hebben?), waardoor de afdaling richting de kerk zeer traag verloopt. Vanuit de verte zien we steeds meer volk rondom de kerk verzamelen. Ieder krijgt weer een panfluit in zijn handen geduwd en wordt gevraagd zo goed mogelijk mee te fluiten en te dansen. Ze willen immers indruk maken op de andere gemeenschappen met het feit dat ze toeristen ofwel gringo’s ontvangen hebben. We beginnen weer in cirkeltjes te dansen. Het verschil met gisterenavond is dat er nu meer volk is en dat er nu binnen in de cirkel een aantal personen met zwepen staan. Zij dienen ervoor te zorgen dat iedereen in de juist richting blijft dansen en op een correcte manier de panfluit bespeelt. Zo krijg ik tweemaal een zweepslag van een klein jongetje. Niet echt hard dus kan ik er nog wel mee lachen. Na verloop van tijd begint het fluiten en dansen ons alweer  te vervelen dus proberen we er af en toe van onderuit te muizen, wat niet altijd evident is. De boeren blijven gestaag door drinken en worden zatter en zatter. Ook onze gids en chauffeur zijn weer goed op weg. We spreken onze chauffeur hierover aan en hij belooft te stoppen met drinken. Wij moeten namelijk na dit bezoek nog anderhalf uur verder rijden richting Macha. Toch betrapt Phil onze chauffeur met een blikje bier in zijn handen terwijl hij zijn roes uitslaapt in het busje. Ok, zolang hij slaapt kan hij niet drinken. Het is ondertussen al drie uur voorbij. De korte misviering van de zegening van de kruisen is bijna onopgemerkt voorbij gegaan; terwijl alle groepen buiten blijven dansen, gaan de kruisdragers kort de kerk binnen. Het maagje begint ondertussen ook serieus te grommelen. Onze nog zattere gids zou normaal gezien lunch bereiden, maar hij is blijkbaar een aantal zaken vergeten. Gelukkig zijn er een aantal stalletjes waar ze eten verkopen (kip met pasta en aardappelen of lams). Eindelijk nog eens een maaltijd, want gisterenavond was het ook al niet veel soeps. Na de late lunch vinden we het welletjes geweest en willen we naar het volgende dorp vertrekken. Maar opeens begint de dame des huizes ons te beschuldigen dat we kledingstukken gepikt hebben. Er is namelijk een mutsje kwijt en nog een aantal andere attributen. Wij maken de dame duidelijk dat wij deze kleren niet hebben en na lang redeneren en het bekijken van de foto’s blijkt dat onze gids deze kleren aan had tijdens de ceremonie rondom het kerkje. We halen hem er bij, maar hij geeft zelf toe dat hij te zat is en niet meer weet waar de kledij naartoe is. Nadat we met ons vijven het hele gebeuren samen met de gids proberen te reconstrueren, begint er een lampje te branden. Hij heeft ze in het busje achtergelaten. Hij gaat snel kijken en ja hoor hij komt terug met zijn heel kostuum. Enfin, de kledij wordt terug overhandigd en we nemen afscheid van de mensen uit de gemeenschap. Maar plots begint de sfeer grimmig te worden. De familie waar we verbleven, eist dat we hen betalen voor de overnachting en het eten, hetgeen logisch lijkt. Maar wij hebben het agentschap genoeg betaalt, zodat we eigenlijk niet nog bijkomend willen betalen. De gids had ons ’s daags ervoor al iets vertelt dat dit probleem zich zou stellen, maar blijkbaar heeft hij hier met zijn zatte botten niet meer verder over nagedacht. De organisatie doneert 150 Bolvianos per persoon aan een gezamenlijke pot voor de elf gemeenschappen, maar de familie krijgt rechtstreeks niets. Wij vinden dit een probleem dat de organisatie zelf in de hand heeft gewerkt, zij wisten dit op voorhand en kunnen dus beter dit bedrag verdelen tussen de totale gemeenschap en de familie. De gids zegt echter dat hij er niets aan kan doen en dat dit een probleem van de organisatie is. Dus hij wil niet extra betalen en wij willen niet extra betalen. Enkele boeren reageren furieus en dreigen om de bus te blokkeren. De gids vindt het welletjes geweest en maant ons aan om in de bus plaats te nemen om te vertrekken. De boeren volgen natuurlijk. Terwijl wij in het busje zitten, kookt het potje van één persoon over en hij begint met zijn vuisten te slaan. Hij slaat tegen het busje, maar gelukkig wordt niemand anders geraakt. De tumult trekt de aandacht van anderen, en al snel komen er meer en meer mensen toesnellen. Gelukkig zijn de oudere boeren nog wat bij verstand en zij proberen de vechtersbaas in bedwang te houden. We zien in dat de situatie uitzichtloos is en halen 50 Bolivianos uit onze zak. De chauffeur overhandigt het biljet en rijdt daarna vliegensvlug weg. Na een kilometer stopt het busje en gaan we in discussie met de gids. We maken hem duidelijk dat we het niet leuk vinden om op zo’n bittere toon afscheid te nemen van de familie en dat dit te wijten is aan de slechte organisatie van het agentschap. De Argentijnen zien het ook niet meer zitten om naar Macha door te reizen omdat ze vrezen de familie daar tegen te komen en er alsnog klappen kunnen vallen. Na een stevige discussie besluiten we om toch door te rijden naar Macha. Daar zal immers ook de grote baas aanwezig zijn met een ander groepje toeristen die enkel een tweedaagse trip naar Macha gepland hebben.

Na een ritje van anderhalf uur over een onverharde weg komen we uiteindelijk aan in Macha. Deze nacht worden we ontvangen in een internaat van de kerk. Onze gids toont ons de slaapzaal waar we deze nacht mogen slapen. We slapen in bedden (juih!), maar over het algemeen is het maar een vies gebouwtje. We mogen nog van geluk spreken, want de andere kamers hebben geen toilet (hoewel ons toilet echt smerig is, zonder wc-bril en een lekkend dak) en wij hebben een volledige deur terwijl de deuren van andere kamers met haken en ogen in mekaar hangen. Enfin, we zijn in Macha geraakt wat al een hele prestatie is, en morgen start het Tinku festival.

We laten de bagage achter in de kamer en gaan eens op het plein kijken. Er zijn verschillende marktkraampjes en een paar mensen op straat. De boeren zijn duidelijk nog niet gearriveerd, maar daar zal in de loop van de nacht en ochtend wel verandering in komen. Een uurtje later arriveert de andere grotere bus met toeristen aan boord en ook de baas van de organisatie. De toeristen worden eerst naar de kamers gebracht waarna de begeleiders starten met de bereiding van het avondmaal. Tijdens het wachten vertellen we de anderen onze avonturen en ontmoeten we ook een tof Pools koppel, Bart en Juliana. Ze moeten hard lachen met de verhalen. De baas, Wilbert, is ook aanwezig in de keuken en we vragen hem even om met ons vijven te spreken. We vertrekken naar onze kamer en nog zonder dat wij één woord gezegd te hebben, begint hij zich te excuseren voor het feit dat we bijna aangevallen werden door de zatte boeren omdat we hen geen bijkomend geld wilden geven. Hij is al duidelijk op de hoogte gebracht door onze gids. Hij is helemaal overdonderd door dit voorval, hetgeen volgens hem nog nooit eerder gebeurt was (hoewel onze gids eerder iets anders beweert heeft). Hij heeft dit ook al met de priester van de gemeenschap besproken en ze zullen in de komende dagen hierover de nodige gesprekken voeren met de boeren van de gemeenschap. Vervolgens beginnen we ook de verhalen te vertellen van onze gids en chauffeur die de hele tijd dronken rondlopen en rijden, hetgeen volgens ons niet professioneel is. Nu valt hij helemaal uit de lucht en is echt gechoqueerd (dit had de gids hem duidelijk nog niet verteld). Hij ziet deze fouten in en zal hierover nadenken voor de volgende jaren. Omdat we alle vijf liever niet nog een extra nacht willen blijven, vragen we of we de laatste dag niet kunnen annuleren en met de tweedaagse toer mee naar huis kunnen gaan. Voor Wilbert is dit geen probleem en we mogen de nacht van zondag op maandag gratis logeren in zijn hostal in Potosí. Ok, dat is dan geregeld, laten we ons avondmaal gaan opeten en er morgen nog een leuke dag van maken!

Na het diner zijn we uitgeteld. We willen zo vroeg mogelijk naar bed aangezien we vorige nacht geen oog hebben dichtgedaan. Net voordat we de eetzaal verlaten, komt Wilbert nog even uitleggen wat er morgen allemaal te gebeuren staat. Eerst en vooral zullen we samen om acht uur ontbijten en na het ontbijt zal hij ons persoonlijk vergezellen naar een kantoor waar een permit om foto’s te trekken kan aangevraagd worden. We ploffen in ons stapelbed en vallen bijna onmiddellijk in slaap met de gedacht “wat gaat morgen wel niet brengen…”.

Zondagmorgen zitten we om acht uur klaar voor het ontbijt. Maar blijkbaar is het ontbijt nog niet volledig klaar. Ok, dan wachten we wel even. We hebben dit weekend al zoveel gewacht dat we er stilaan goed in het worden zijn. Van Wilbert is ook geen spoor te beleven. Andere toeristen melden ons echter dat hij gisterenavond ook al op de boemel is geweest en hen in het midden van de nacht 3x wakker heeft gemaakt. Hij zal nu waarschijnlijk zijn roes aan het uitslapen zijn dus daar kunnen we ook al niet op rekenen. Maar goed, na het ontbijt besluiten we om er zelf op uit te trekken samen met het Poolse koppel. We kopen een toestemming om te fotograferen en stappen een paar keer het plein af. Er zijn al een aantal groepen aanwezig, getooid in de traditionele kledij. We zien zelfs onze familie waar we gisteren verbleven het plein opstromen en ze komen ons hartelijk begroeten. Er zijn precies geen wraakgevoelens wegens het incident. Het is nog vroeg op de ochtend en het is over het algemeen nog rustig. De mannen beginnen weer in cirkeltjes rond te lopen en op hun panfluiten te spelen. Soms zijn het echt grote groepen waardoor het precies een kudde stieren lijken die door de straten lopen. Grappig is ook de rol van de vrouwen, zij bevinden zich in het midden van de cirkel en zingen op de muziek. Sommigen onder hen hebben zwepen vast en staan precies in om alles wat in goede banen te leiden. Het meest indrukwekkend vinden we wanneer ze ritmisch met hun voeten op de grond beginnen te stampen. Daarna is het dansje afgelopen en verhuizen ze naar een andere hoek van het plein, en zo blijft het maar duren. Het blijft grotendeels rustig en er zijn ’s morgens weinig tot geen gevechten te zien. Pas in de late voormiddag en na natuurlijk het nuttigen van de nodige alcohol beginnen er gevechten te ontstaan. Eerst is het een ongecontroleerd massagevecht, dat de politie met traangas uit elkaar dringt. Gelukkig is er een grote politiemacht aanwezig (50-tal agenten) die alles in goede banen probeert te leiden. Ze proberen de massagevechten te voorkomen door een cirkel te vormen (soort boksring) waar ze telkens twee personen in binnenlaten om te vechten (zoals het volgens de traditie ook hoort te gaan). En raar maar waar de politie lukt hen dit goed. Van zodra ze zien dat er ergens wat haantjesgedrag wordt vertoont, spoeden ze zich naar daar en vormen ze een kring midden in het publiek. Daar worden er één voor één personen in de kring gelaten en kan er een gevecht beginnen. Daarbij treedt de politie ook op als scheidsrechter. Zo is het niet toegestaan om te stampen, van zodra dit gebeurt stopt de politie het gevecht en worden er twee nieuwe personen de kring binnengehaald. Anderzijds is het ook niet toegestaan om handschoenen te dragen uit vrees dat ze hierin zaken verstoppen zodat de slagen des te harder aankomen. Deze “gecontroleerde” gevechten lukken best vrij aardig voor een tijdje. Maar na verloop van tijd lopen de gemoederen in de rand zo hoog op dat het op een massagevecht eindigt waar de politie niet veel meer aan kan doen. Hun oplossing is dan het gebruik van traangas zodat iedereen wegrent. Op een bepaald moment staan we aan de kant van de straat en komt er een man naast ons staan. Hij heeft duidelijk last aan zijn ogen door het traangas en vindt er niets beter op dan tegen de muur te pissen en zijn ogen uit te spoelen met urine (goed bezig!).

Het is al middag en tegen half één zou de lunch geserveerd worden. We gaan terug naar de eetzaal maar tot onze verbazing is het ontbijt nog niet opgeruimd en dient de crew nog te beginnen aan de lunch. Ok, dan wachten we nog maar eens een uurtje… Ik besluit om eens in de klokkentoren van de kerk te klimmen want van daaruit heb je een mooi zicht over het plein. Er is geen fatsoenlijke trap (zonder leuning) voorzien in de toren, dus het is niet simpel om tot daar te geraken. Daarnaast is er slechts plaats voor twee à drie personen. Ik geraak boven en probeer uit het zijraam te kijken, maar er is niets te zien. Uit het andere raam is echter wel een gevecht te zien, maar onze Argentijnse metgezel is met geen stokken weg te krijgen. Hij maakt namelijk een documentaire over het Tinku festival. In een pauze, ik denk dat zijn batterij van zijn camera leeg was, krijgen we even de kans om te kijken en ja hoor ze zijn weer rake klappen aan het uitdelen. Zelfs de persoon die gisteren tegen ons busje sloeg is momenteel aan het vechten. Na een paar foto’s getrokken te hebben, houd ik het voor bekeken omdat ik me niet echt veilig voel in de toren. Ik ga terug naar beneden en tegen de tijd dat ik beneden ben is de lunch klaar!  Na het eten gaan we weer met het Pools koppel op pad op het plein. Maar het blijkt verdacht rustig. De boeren hebben precies ook tijd genomen om wat te lunchen of beter gezegd wat te drinken. De zelfgemaakte chicha en bier vloeit weer rijkelijk. We besluiten dan maar eens in de straten te gaan kijken. Na een tweehonderdtal meter houden we dit ook al maar voor bekeken wat het is net op deze plekken dat de mensen zich nog meer gaan bezatten. We draaien wijselijk terug om richting het plein. Je voelt dat de sfeer verandert, de mensen beginnen ons aan te spreken in een taal die ik niet versta als ik niet gedronken heb, ze worden handtastelijk en soms zelfs een beetje agressief. We beslissen om naar de plek te gaan waar we onze permit gekocht hebben. Daar hebben ze immers een balkon op de tweede verdieping waar we op een veilige afstand naar het spektakel kunnen kijken.

We komen nog maar net aan op het balkon of in één van de zijstraten begint er een gevecht tussen rivaliserende boeren. Een paar mensen wordt bewusteloos geslagen en er wordt met stenen gegooid. Ook  de vrouwen laten zich weer opmerken en proberen hun mannen in toom te houden door ze met zwepen te slaan, hetgeen niet altijd lukt. Het lijkt alsof de politie de mensen maar laat begaan. Pas wanneer ze het gevecht op het plein verplaatsen, komt de politie in actie. Er wordt weer de gekende kring van politieagenten  gevormd en er volgen een aantal bikkelharde één tegen één gevechten. Dit resulteert in een groot aantal blauwogen, bloedneuzen en losse tanden. Och ja, hoe meer bloed er vloeit, hoe beter voor de volgende oogst zullen ze denken. Een aantal keer loopt het gevecht uit de hand en dient de politie het traangas te gebruiken. Alle mensen lopen vliegensvlug weg, maar komen nadien toch weer samen. Het is ook vreemd dat de mensen niet met de politie beginnen te vechten. Ook al zijn ze heel dronken, ze stoppen wanneer de politie zegt dat het genoeg is. Misschien dat ze achter de tralies komen te zitten als ze het tegen een politieman opnemen. Het vechten duurt misschien wel twee uur terwijl wij het gadeslaan van op ons balkon. Tegen een uur of vijf lijkt het achter de rug te zijn en besluiten we terug naar onze slaapplaats te vertrekken want tegen zes uur zal de bus richting Potosí vertrekken.

Bij aankomst aan de kerk blijkt niemand van de organisatie aanwezig te zijn. Enkel de buschauffeur (van de grote bus) zit op zijn gemak naar de radio te luisteren. Hij vindt het hele gedoe maar niks en blijft liever naar de voetbaluitslagen luisteren. Wij vinden dit dik ok, want hij moet ons vanavond naar huis brengen. Toch iemand die verantwoordelijk is.  In de eetzaal staan de restanten van de lunch nog op tafel en de hele afwas staat op een hoop in de keuken. No way dat we hier om zes uur nog avondeten krijgen, zoals ons eerder door de organisatie gemeld werd. De chauffeur meldt tegen zes uur te willen vertrekken, maar weet niet of iedereen dan klaar zal zijn. Wij zoeken in het gebouw naar de andere toeristen en blijkbaar zaten zij ook al te wachten tot ze konden vertrekken. Goed, dan zullen we maar gaan zeker… De buschauffeur wil echter niet vertrekken zonder dat de baas (Wilbert) hiervan op de hoogte gebracht wordt. Maar waar is hij? Gelukkig komt iemand op straat de kok tegen en zegt hem dat we om zes uur vertrekken. De kok weet wel waar Wilbert zich bevindt en loopt snel weg. Niet veel later komt de gehele crew de kerk binnen gewaggeld. Ze waren de hele namiddag in een bar gaan drinken en zijn nu allen stomdronken. Als kers op de taart komt ook Wilbert binnen. Hij die de dag ervoor zo begaan was met het feit dat we kloegen over de dronken gids en chauffeur is nu zelf helemaal van de kaart. Alsof dat nog niet genoeg is, heeft hij van zattigheid in zijn broek gepist en gekakt. En dat is dan de organisator, chapeau! De crew wil nog wel aan het diner beginnen maar voor ons hoeft het niet meer, wij willen vertrekken. Er zijn twee bussen, één grote en één kleine. Wij nemen allen plaats in de grote bus met onze nuchtere chauffeur. Laat de gehele crew maar samen in het kleine busje kruipen.

Uiteindelijk verlaten we het centrum van de stad, maar ook in deze straten loopt fraai volk bijeen. Ofwel liggen ze knock-out op de grond (weet niet of het door alcohol of door vechten komt), zitten ze verder te drinken of beginnen ze opnieuw te vechten. Wij zijn echter blij dat we weg zijn.

Het is nog een rit van vier uur vooraleer we in Potosí aankomen. Onderweg stoppen we in een “restaurantje” voor ons avondmaal. Wilbert die in het kleine busje zit, ligt zijn roes uit te slapen op de zetel. We komen tegen een uur of elf aan in het hotel in Potosí. Aangezien we met ons vijven een dag eerder stoppen met de toer en niet tevreden waren over de organisatie heeft Wilbert ons een gratis overnachting in zijn hotel aangeboden. Bij aankomst blijkt alweer iets verkeerd te zijn gegaan. Er is enkel een tweepersoonskamer gereserveerd. Onmogelijk dat we hier weer met vijf man gaan slapen. Het hotel is bijna volgeboekt maar er is nog één kamer extra beschikbaar. In totaal kunnen er dus vier personen terecht in het hotel. Maar we zijn met vijf! Phil mag in een ander hotel gaan slapen zodat iedereen toch zijn eigen kamer heeft. Na al dat gezever ben ik blij een douche te kunnen nemen en in een fatsoenlijk bed te kunnen slapen.

De volgende ochtend gaan we ontbijten. We zijn achteraf bekeken totaal niet tevreden over de organisatie en willen dit nog gaan bespreken. Maar zal Wilbert zijn gezicht nog laten zien vandaag? Tegen 10:30 komt Wilbert het hotel binnen, juist op het moment dat we moeten uitchecken. We vragen hem om even te praten. We leggen uit dat we dit weekend helemaal niet tevreden zijn over hoe bepaalde dingen verlopen zijn. Hij zit er een beetje beteuterd bij en na nog niet veel te hebben gezegd, biedt hij ons een terugbetaling van 50% aan. OK, dit is meer dan we gedacht hadden, maar nemen het graag aan. We gaan de man verder niet uitlachen met zijn incidentjes de dag voordien en nemen de taxi naar het busstation.

Ondanks het feit dat de organisatie niet deugde, zijn we beiden toch blij dat we het gedaan hebben. Het was gewoon een knotsgek weekend waarbij we de rituelen van de lokale bevolking van dichtbij konden meemaken. Een unieke ervaring en misschien wel het meest gekke weekend uit mijn leven. Maar ik zou het toch geen tweede keer willen meemaken :-)

Reacties 4

harry 16-05-2014 10:13

Het is duidelijk dat jullie Bolivië niet snel zullen vergeten! Couleur locale genoeg gehad nu zeker? Oké het is veilig afgelopen en zeker iets unieks meegemaakt.
Bart schrijft ook niet slecht moet ik zeggen. En Karen zal al dikwijls blij geweest zijn dat hij altijd in de buurt is, kan me daar wel iets bij voorstellen!
Hou het nu verder toch maar wat veiliger en rustiger.
En bedankt alweer voor de verslagen en de mooie foto's!

Pierre 21-05-2014 12:52

Ha, eindelijk ook dit verhaal gevonden.
Afdrukken en aan iedereen bezorgen. Wat een avonturen, ik word haast moe in jullie plaats. Maar wat een massa geweldige ervaringen en herinneringen. You are rich !!!! Lv. pp

Tim 21-05-2014 14:18

Nog een gekker weekend dan een fietsweekend met bier, bezemstelen en Moby ? Dat kan bijna niet...

Chic verhaal ! Leest als een trein !

Lieve 22-05-2014 14:58

Whahahahah,

wat een waanzinnig verhaal, ik hoop dat je voor ieder van ons een fles Chicha meebrengt, te gek!!!

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer